dinsdag 26 januari 2010

In het land der zieken is de apotheker koning

_
De griep is in het land, zei mijn moeder gisteren. Meteen stelde ik mij een arrogante tovenaar voor die vastberaden door de straten stapt en met zijn toverstok willekeurige mensen aanraakt. Hij deelt niet alleen influenza uit, maar ook allerlei andere nare virussen en bacteriën: verkoudheden, buikgriep, ontstekingen van de bovenste luchtwegen en de alom populaire je-niet-goed-in-je-vel-voelen-en-niet-precies-weten-waarom.
We hebben ze allemaal in huis. Hier en daar ligt er een kind in bed of op de sofa. Kermend smeken ze om thee of water of een toastje met smeerkaas. Ik bedien iedereen met de glimlach, zelfs na amper drie uren nachtrust. Met een brakend kind in bed liggen heeft zo het voordeel dat je tegelijk ook in het midden van de nacht naar de Australian Open kan kijken. Ja, er staat een televisie in mijn slaapkamer.

Maar de ellende begon eerder op de avond. Erik Van Looy had net zijn derde vraag gesteld toen de maag van mijn jongste dochter keerde. Het ene feit had met het andere geen uitstaans, gezien Erik en Loes zich niet in dezelfde ruimte bevonden. Eerst ging de hele mand met gestreken was eraan (kon zij het helpen dat die in de gang stond toen ze haar nootjes en chocomelk niet kon bedwingen) en een half uur later doopte ze uiterst zorgvuldig de badkamer. Bestaat er al een wet die het verband verklaart tussen de ernst van een buikgriep en de afstand naar het toilet? We zouden ze misschien de Wet van Geubels kunnen noemen.

Alles wat ik haar aan medicatie probeerde te geven, om de krampen, maar vooral het braken te stoppen, kwam er meteen weer uit. Iets vóór middernacht stuurde ik een berichtje naar mijn zus om te vragen of ze Motilium suppo’s in huis had. Pilletjes wel, antwoordde ze, maar geen suppo’s. Dan maar snel op zoek naar de apotheker van wacht op www.apotheek.be. Handige website. Ik typte mijn postcode in en kreeg een verrassende boodschap. ‘Geen wachtdienst voorzien voor deze postcode. U kan zich wenden tot onderstaande naburige gemeentes.’

Wablieft? Er zijn acht apothekers in mijn gemeente. Niet één of twee, maar acht. Drie in mijn eigen deelgemeente Scherpenheuvel, twee in Zichem, één in Averbode, één in Messelbroek en één in Testelt. Bij geen enkele van hen kon ik terecht.
Ik kreeg gelukkig wel twee suggesties. Eentje in Diest en een andere in Rillaar. De ene op vijf km van mijn huis, de andere op zes kilometer. Je hoort me echt niet klagen. Snel even heen en weer rijden, dacht ik. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn. Ik vertrouwde om middernacht mijn zieke dochter toe aan de zorgen van haar grote broer en vertrok.
‘Ik ben over een kwartier terug,’ zei ik. ‘Hooguit twintig minuten.’

Er brandde geen licht bij de apotheker in Diest. Niet eens het groene kruis. Ik hoopte dat ik me niet van adres vergist had. Ik parkeerde de auto, en de koplampen verlichtten het huis. Er hing een groot blad aan de deur waarop te lezen stond: Niet aanbellen na 22u tenzij voor dringende gevallen MET voorschrift.

Wablieft? Mijn kind lag al twee uur lang haar darmen uit haar lijf te kotsen, om het even cryptisch te stellen, en hier mocht ik niet eens aanbellen. I don’t think so! Ik stapte uit en belde toch aan. Het duurde een hele tijd voor er een stem aan de parlofoon te horen was. In enkele woorden legde ik uit waarvoor ik gekomen was. Dat ik mij niet had laten afschrikken door de waarschuwing aan de deur, omdat dit wel een dringend geval was, maar dan ZONDER voorschrift.
‘Het spijt me,’ zei de vrouwelijke stem streng. ‘Ik kan je alleen Motilium tabletten of siroop meegeven. Voor suppo’s heb je een doktersvoorschrift nodig.’

Wablieft? Verontwaardigd stapte ik in mijn auto. Tijdens het rijden stuurde ik een boodschapje naar mijn zoon. Het zal nog iets langer duren voor ik thuiskom, schreef ik. Is alles in orde? Ik kreeg geen antwoord. Misschien stond hij zijn zusje kokhalzend te assisteren.
Ik reed eerst de parking op van een kapperszaak in Rillaar, en stond al bij de voordeur, voor ik mijn vergissing inzag. De apotheker is de buurman van Kapsalon Wendy. De groene verlichting in de vorm van een kruis staat tussen de twee parkings in.
Tot mijn horror hing hier hetzelfde bord naast de bel. Alleen voor dringende gevallen. Ik belde toch aan. Een mannenstem dit keer.
‘Het spijt me, mevrouw, maar Motilium suppo’s vereisen een voorschrift.’
Diepe zucht.
‘Ze braakt al twee uur non-stop,’ overdreef ik maar een beetje. ‘Ik kan echt niet zonder die suppo’s naar huis gaan. Ze is helemaal uitgeput.’
Er viel een korte stilte.
‘Hoe oud is ze?’ vroeg de stem.
Een doorbraak. De transactie verliep volledig via een schuif, die automatisch open en dicht schoof. Het heeft naar het schijnt iets met drugverslaafden te maken.

Na het toedienen van de medicatie op de noodzakelijk verschrikkelijke wijze, hield het braken eindelijk op. Nog één keer moest ze. Om het af te leren. Daarna viel ze in een onrustige slaap.
Meteen maakte ik van de gelegenheid gebruik om terug naar www.apotheker.be te surfen. Dat moet hier toch ergens vermeld staan, zei ik bijna luidop. Dat je bij de apotheker van wacht niet meer terecht kan na 22u. Ik heb elke bladzijde van de website zorgvuldig gelezen. Geloof me, het staat nergens vermeld.

De beste oplossing is ongetwijfeld nooit meer ziek worden. Ik heb al een mailtje gestuurd naar Marc Van Ranst, onze gelauwerde griepcommissaris, om een persoonsbeschrijving te vragen van Tovernaar Influenza. Ik ga vannacht op pad met mijn Kalashnikov. Iemand zin om mee te gaan?
_

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen