_
Ik woon al vijf jaar in de Rozenstraat in Scherpenheuvel. Het is een rustig eenrichtingsstraatje, dat aan het begin van de 20e eeuw een veldweg was en drie gebouwen telde: een windmolen, een villa en een kasteel in een prachtig park. Een eeuw later staan er een dertigtal gezinswoningen, een stuk of vijftien appartementen, hetzelfde kasteel, dat intussen is omgebouwd tot rusthuis, en een sociale werkplaats (vzw De Vlaspit) die is uitgegroeid tot een van de grootste succesverhalen van Vlaams-Brabant. De windmolen is verdwenen, maar de naam die hij aan mijn straat gaf is gebleven. Wanneer iemand van Scherpenheuvel vraagt waar ik woon, zeg ik met enige trots: ‘Achter de meule!’
De Rozenstraat heeft ook een zijstraat: de Lobbense Molenweg, die voor auto’s doodloopt in het veld, maar voor fietsers en voetgangers toegang biedt tot een fiets- en wandelnetwerk dat zowat het hele Hageland doorkruist. Ook daar staan intussen een twintigtal huizen.
Wanneer je al die woningen samentelt, kom je al gauw aan een grote groep mensen die elkaar niet of nauwelijks kennen, die niet eens weten of ze hier nog maar pas of al heel hun leven wonen, die soms niet eens beseffen dat ze samen de bus naar het werk nemen, of elkaar kruisen op het fietspad. Mensen die dag in dag uit dezelfde straat bewandelen of berijden, die zich in meer of mindere mate ergeren aan de vrachtwagens die komen laden en lossen aan De Vlaspit en nog maar eens de straat blokkeren, die zich elk op hun eigen manier boos maken omwille van het feit dat er geen stoepen zijn in onze twee smalle straten en de voetgangers in de Rozenstraat noodgedwongen in de haag moeten springen om niet onder een veel te snelle auto te sukkelen, die weer maar eens het nauwelijks zichtbare bordje ‘Uitgezonderd plaatselijk verkeer’ negeert.
Wij brengen ons dagelijks leven door op slechts enkele stappen van elkaar, en toch zijn wij vreemden. Ik vind dat jammer. Zonde zelfs. Daarom heb ik iets ondernomen om daar verandering in te brengen. Met de hulp van buurman Juul uit de Lobbense Molenweg, en buurman Herman, directeur van De Vlaspit, nodigde ik alle inwoners van de twee straten uit voor een nieuwjaarsreceptie en een bezoek aan het kaarsenatelier van de sociale werkplaats. We waren met veertig mensen. Er werd kennis gemaakt, met nieuwsgierigheid gekeken naar de buren die we niet kenden, aandachtig geluisterd naar de uiteenzetting over de werking van De Vlaspit en met interesse rondgewandeld in het kaarsenatelier. Daarna, bij een glaasje bier, wijn of fruitsap van de Wereldwinkel, en over een lekker hapje, kwamen de gesprekken stilaan op gang, werden verhalen uitgewisseld, klonk het vrolijke geluid van lachende mensen, die met enige verbazing en opluchting tot de vaststelling kwamen dat ze in een vriendelijke, misschien zelfs warme buurt wonen.
We gaan dat nog eens overdoen. In de zomer. Met een groot feest in de voortuin van het kasteel. Dan kunnen ook de bewoners van het rusthuis meegenieten, want ook zij zijn mijn buren. En ook de mensen die er dit keer niet konden bij zijn. En natuurlijk de vele kinderen.
_
0 reacties:
Een reactie plaatsen