_
Een tweetal weken geleden schreef ik over de plannen van het Scherpenheuvel-Zichemse stadbestuur om een investering te doen van 68.000 euro voor de aankoop van bouwmateriaal: houten planken en vijzen die zullen worden aangewend voor de constructie van acht kraampjes. Deze fonkelnieuwe kramen zullen de oude vervangen, die privé-eigendom zijn van de laatste, moedige koppigaards die zich nog met snoep en religieuze prullaria rond de basiliek scharen tijdens het bedevaartseizoen. Deze mohikanen zien zich dus voortaan verplicht een barakje te huren van het stadsbestuur.
Ik drukte toen mijn verbazing uit over het prijskaartje van dit bouwmateriaal, en vroeg mij af of een uitgave van 8.500 euro per kraam (aan bouwmateriaal alleen) wel verstandig is. Ik vond het op zijn minst onverantwoord, om niet te zeggen ronduit misdadig. Dit absurd hoge bedrag wekte bij mij een vermoeden van slordig bestuur. Ongeacht de kwaliteit en herkomst van de materialen, leek 8.500 euro mij veel te veel geld. Waar zou de stad dat materiaal dan wel gekocht hebben? En hadden ze wel genoeg prijzen vergeleken? Ik doe dat ook wanneer ik een aankoop plan. Ik ren niet zomaar klakkeloos naar de dichtstbijzijnde winkel, want ik smijt mijn centen niet graag langs ramen en deuren naar buiten. Ik denk eerst na.
Het schepencollege van Scherpenheuvel-Zichem rent blijkbaar wel naar de dichtstbijzijnde winkel. In plaats van de berg houten planken te kopen bij een groothandelaar, tegen voordelige prijzen, besloten ze het hele handeltje te kopen bij tuincentrum Verstreken.
Qué?
Sommige mensen zeggen dat ik een slecht karakter heb, en misschien is dat ook zo, maar ik ben vooral nieuwsgierig. Daarom zou ik de vraag van 1 miljoen durven stellen (of in dit geval van 68.000 euro): wat is de connectie tussen het schepencollege van Scherpenheuvel-Zichem en tuincentrum Verstreken? Wie heeft er belang bij dat die planken daar gekocht worden? Je kan mij niet wijsmaken dat de verkoopprijs van een kleinhandelaar lager ligt dan die van een groothandelaar. Want bij elke tussenstap moet de kassa rinkelen.
Slecht karakter, ik weet het.
Stadsecretaris Liesbeth Verdeyen (die ik hier in de toekomst al eens wat meer ga vernoemen) heeft de werklui van de stad aangemaand om al hun overuren op te nemen om de constructies klaar te krijgen vóór de opening van het bedevaartseizoen op 1 mei. Deze mensen staan sinds vorige week maandag met de handen in het haar. Ze kijken aan tegen een berg van zo maar liefst 24 ton ijzer. Stukken metaal van 3 op 5 cm dik, die moeten aaneengelast worden tot de kaders van de kramen.
‘Je zou bijgod geloven,’ zei een van de werkmannen ironisch, ‘dat we de chassis van een kamion moeten maken. Die stukken zijn veel te zwaar.’ Hij voegde er in dezelfde adem aan toe dat er van op tijd klaar zijn geen sprake kan zijn.
Ik doe een oproep aan de kraameigenaars om voorlopig hun oude barakjes nog niet op eBay te verkopen. De kans is namelijk groot dat ze tijdens het bedevaartseizoen van 2011 nog goed van pas zullen komen.
Lees ook ‘Kraampjes (1)’.
_
Beste Clara,
BeantwoordenVerwijderen"Wie lang nadenkt, gebruikt niet zijn hersenen maar zijn bloedsomloop."(N.S)
Was tuincentrum Verstreken het goedkoopste? Het stadsbestuur is namelijk verplicht (wet op overheidsbestedingen) om de goedkoopste van de 4 of 5(?) aangeschreven firma's te nemen.
BeantwoordenVerwijderenBen benieuwd wie nog meer een offerte hebben ingediend.