Gisteren ben ik ontmaagd. Ik heb namelijk voor de eerste keer in mijn leven een zitting van de gemeenteraad bijgewoond. Ik zat braaf en stil achteraan in de raadzaal van het stadhuis. Het was godgeklaagd, want wie mij kent, weet hoe moeilijk dat voor mij is. Ik heb dan maar mijn ogen uit mijn kop gekeken, en vooral ook goed geluisterd.
Toen ik de zaal binnen wandelde, zag ik niet alleen vragende, maar hier en daar zelfs bange blikken, maar de raadsleden die mij herkenden, zeiden bijna allemaal vriendelijk goeiedag. Een enkele beweerde dat ik de foute zitting had uitgekozen, omdat het maar een korte zou zijn. Ik vroeg hem na drie uur vergaderen wat hij dan een lange noemde.
Ik heb veel saaie dingen gehoord. Maar ook veel interessante. Zo moet de stad Scherpenheuvel-Zichem (lees: haar inwoners) sinds kort een jaarlijkse financiële bijdrage leveren aan de Christengemeenschap Leuven, een kerk van de protestantse Pinksterbeweging in, je raadt het al, Leuven. Vijfhonderd vijftig euro per jaar. Volgens onze burgervader staan we al 3 jaar achter met betalen, dus moeten we meteen zestienhonderd vijftig euro ophoesten. Hij wrong zich in enkele bochten om dat voorstel aanvaardbaar te maken, want hij vond dat zelf een bittere pil. Bij de stemming gingen alle aanwezige raadsleden gedwee akkoord om te betalen. Er zat waarschijnlijk niets anders op. Wanneer je voor de katholieke kerk betaalt, waarom dan niet voor de protestantse.
Er stonden in totaal zeventien items op de agenda, en de raad sleurde zich langzaam doorheen de lijst. Vaak met lange tanden, want ik had ruim de gelegenheid om iedereen in de gaten te houden. Bij tijd en wijlen dreigde iemand in slaap te sukkelen. Zo ook onze stadssecretaris, Liesbeth Verdeyen, die, ik heb geteld, twaalf keer geeuwde met wijd opengesperde mond.
Af en toe hing er spanning in de lucht. Bij elk agenda-item waren er vragen vanuit de hoek van de oppositie. Bij de meerderheid leverde dat gefronste wenkbrauwen op, maar vaker nog ergernis. Iedereen bleef echter beleefd. Ik had nochtans andere verhalen gehoord, over scheldpartijen en hoog oplopende ruzies. Daar was gedurende deze zitting weinig van te merken.
Tot bleek dat het venijn in de staart zat. Eerst brak er een schermutseling uit tussen de schepen van openbare werken en een van de oppositieleiders. Deze laatste stelde een vraag over de overschreden timing van de vernieuwingswerken rond de basiliek.
‘Wanneer worden die straten nu opengesteld voor het verkeer,’ vroeg hij, ‘want vorige keer gaf je 1 april als datum, maar we zijn vandaag al 27 april en het is nog niet open.’
De schepen gaf hem een kort en bondig antwoord: ‘Wanneer? Awel, als ’t af is!’
Hij voegde er voor de duidelijkheid nog aan toe: ‘Joeng, ge weet ni waarover dat ge klapt.’
En sloot af met een Scherpenheuvels woord dat, onder bepaalde omstandigheden, misschien als scheldwoord zou kunnen worden geïnterpreteerd. Maar wie ben ik om olie op het vuur te gooien?
Ze zijn nochtans niet vreemd aan beledigingen, in onze gemeenteraad. Want de schepen van cultuur en sport had diezelfde oppositieleider tijdens de vorige zitting tot drie maal toe een verklikker genoemd. Iets waaraan de man, stel je voor, aanstoot had genomen. Toen er om formele verontschuldigingen werd gevraagd, antwoordde onze fijnbesnaarde schepen met een spreekwoord:
‘Je bent meester over de woorden die je niet gezegd hebt, maar slaaf van de woorden die je uitsprak.’
De arme man sleept zich nu als een slaaf voort over de (pas vernieuwde) straatstenen van Scherpenheuvel. Hij kan dat voorlopig nog in alle veiligheid, want het centrum blijft, nog voor geruime tijd, afgesloten voor het verkeer.
-------
Een reactie is welkom, mits goede manieren.
kan alleen maar vaststellen dat de ontmaagding professioneel gebeurde ;-)
BeantwoordenVerwijderen