Toen ik in de retorica zat, moest ik voor geschiedenis een eindwerkje schrijven. Een uitdaging die ik met plezier aanging. Ik had een fantastische leerkracht geschiedenis, mevrouw Verhoeven, ik zal haar nooit vergeten. De animo waarmee dat mens voor de klas stond, heeft mij voor het leven geïnspireerd.
Als onderwerp voor mijn eindwerk koos ik het Oratorianenklooster in Scherpenheuvel. Geen kat die daar toen ooit van gehoord had. Intussen werkt er een schat van een archivaris voor de kerkfabriek, die allerlei dingen uitspit (zowel letterlijk als figuurlijk) en die dan ook nog eens onder de aandacht brengt. Maar toen, in de duistere jaren tachtig, werd er over het Oratorianenklooster niet gesproken. De barokgang achter de basiliek, die nu gerestaureerd is en gebruikt wordt voor religieuze tentoonstellingen, recepties en andere kerkelijke besognes, was toen nog de duistere opslagplaats van alle brol waarvoor op de zolder van het Urselinenklooster al lang geen plaats meer was. Enfin, brol mag je dat eigenlijk niet noemen. Voorwerpen van onschatbare waarde, waren dat. Een deel van die brol is nu toevertrouwd aan de zorgzame handen van voorgenoemde archivaris. De rest heeft op mystieke wijze zijn weg naar eBay gevonden. Mystiek is Scherpenheuvel niet vreemd.
De barokgang was, in de 17e eeuw, de verbindingsgang tussen de sacristie van de basiliek en het achterliggende Oratorianenklooster. Tijdens de Franse bezetting, een eeuw later, werden het klooster en alle bijgebouwen afgebroken tot op de grond. De barokgang en de basiliek bleven gelukkig gespaard.
Dat verhaal fascineerde mij. En nog steeds. Ik ben dan ook zeer blij dat er eindelijk een vereniging bestaat die zich bezighoudt met het onderzoeken en behouden van het erfgoed van Scherpenheuvel. Niet toevallig ben ik daar lid van. Een beetje een exclusief mannenclubje, maar bon, daar gaat het hier niet om. Ik ben blij dat erfgoed ook bij ons aan belang lijkt te winnen. Niet alleen de archivaris van de kerk, stevig geruggensteund door parochiepriester Luc Van Hilst, maar zelfs het stadsbestuur ziet daar muziek in. Bewijs daarvan zijn de plannen die op stapel staan om de oude Oratorianensite en haar omgeving om te toveren tot een gloednieuwe trekpleister voor onze stad. Het stadsbestuur draagt het verhogen van haar cultureel en toeristisch aanbod namelijk hoog in het vaandel. Samen met het bouwen van feestzalen. Maar dat geheel terzijde.
Tijdens de gemeenteraad van 27 april 2011 werd er over de Oratorianensite gepraat. Er werd namelijk een studie uitgevoerd door Monumenten in Ontwikkeling, en daaruit is een en ander gebleken, aldus onze schepen van Patrimonium en Erfgoed. Scherpenheuvel heeft blijkbaar nood aan een erfgoedwandeling. Deze wandeling, die ‘Scherpenheuvel, een besloten symboolstad’ gaat heten, zal de geïnteresseerde bezoekers Dan Browngewijs langs een traject voeren van koperen nagels in de grond. ‘Zo’n beetje als de weg naar Compostella,’ lichtte de schepen toe. Ik ben nog nooit naar Compostella geweest, maar ik durf aan te nemen dat die koperen nagels de wegwijzers zijn. Het traject van de wandeling door het centrum van Scherpenheuvel zal de bezoekers naar drie invalswegen brengen: de Leuvense Poort, de Zichemse Poort en de Diestse Poort. Die poorten bestaan natuurlijk al lang niet meer, en daar wil het stadsbestuur iets aan veranderen.
Op de drie locaties van de vroegere poorten, zal er een abstracte constructie worden opgetrokken die de herinnering aan deze symbolische plaatsen nieuw leven moet inblazen. Wat ik me daar precies moet bij voorstellen, weet ik niet. Een kunstwerk? Een bareel? Een ophaalbrug? Er zullen ook infopanelen worden geplaatst die uitleg verschaffen over de stedenbouwkundige ontwikkeling van Scherpenheuvel door de eeuwen heen. Ik zuig dat niet uit mijn duim. Je kan daar, moest je zo geneigd zijn, in de Stadsinfo van Scherpenheuvel-Zichem (editie mei 2011, p. 3) alles over lezen. Nu ja, alles.
Wat er niet in staat is het prijskaartje van deze erfgoedwandeling. Dat bedraagt zo maar liefst 150.000 euro. Een budget dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd.
Een deel van dat geld, aldus onze schepen, zal worden besteed aan het betalen van de haalbaarheidsstudie, die door Monumenten in Ontwikkeling werd uitgevoerd. Hoeveel kost dat, zo’n studie? Ik sla er een slag in: 30.000 euro. (Ik baseer mij daarvoor op de studie die onze schepen van Sport twee jaar geleden liet uitvoeren in het kader van zijn Masterplan Sportinfrastructuur. Die was veel groter en kostte toen 60.000 euro. Studies mogen geld kosten. Ook al belanden ze nadien in de onderste schuif van iemands bureau.) Dan houden we nog 120.000 euro over. Deel dat door drie, en je komt aan een bedrag van 40.000 euro per poort.
Het zal iets meer dan een bareel mogen zijn, in dat geval. Met 40.000 euro kom je verdorie een heel eind. Aan koperen nagels hoef je dat bedrag niet uit te geven. Scherpenheuvel is uiteindelijk maar een zakdoek groot.
Ik ben grote voorstander van het behoud van ons erfgoed. Maar met 150.000 euro kan je bij ons bijna 18 kraampjes rond de basiliek laten bouwen, aan 8.500 euro per stuk. Zou dat geen veel betere investering zijn geweest? Kraampjes zijn in Scherpenheuvel ten slotte ook erfgoed.
-------
Een reactie is welkom, mits goede manieren.
Zich bezighouden met het onderzoeken en behouden van het erfgoed moet ook toegelaten worden en niet zoals in Leuven door de plaatselijke burgemeester gefnuikt worden. Gelukkig is men in Scherpenheuvel-Zichem niet zo conservatief.
BeantwoordenVerwijderen