Toen ik een kwart eeuw geleden in Jordanië ging wonen, stond de telecommunicatie daar nog in haar kinderschoenen. Nu barsten er met de hulp van Facebook en Twitter revoluties los in de straten van het Midden-Oosten, maar in de jaren 80 waren de post en de telefoon onze enige link met de buitenwereld. Weliswaar met een beetje geluk, want de telefoonverbindingen waren pover en de post werkte pijnlijk traag. Wat soms tot bizarre situaties leidde. Zo kreeg ik van mijn grootvader een mooie brief, twee weken na zijn begrafenis.
Op een dag brak de hemel open en stond er een telefacsimilemachine in ons huis. Een fax, weet je wel. Mijn God, was dat een openbaring. Toen mijn ouders zich ook zo’n handig ding aanschaften, wist ik met mijn geluk geen blijf. Tot het hek helemaal van de dam was, toen het internet zijn intrede deed in ons leven. Niet alleen was het een kwestie van enkele seconden vooraleer mijn brieven op hun bestemming waren, het maakte niet uit hoeveel emails ik per dag stuurde, het kostte ons geen dinar meer. Wat een besparing ten aanzien van bellen, faxen of schrijven! Ik was meteen verkocht, verslaafd, verslingerd.
Toch heeft ouderwetse brieven schrijven nog steeds zijn charme. Ik haal graag gelijnd papier en vulpen boven, en doe dat regelmatig. Omdat ik een paar vrienden heb zonder computer. Eenzame dinosaurussen die zich schuil houden in de vorige eeuw, met wie ik, ondanks hun handicap, toch graag contact hou. Ze behoren gelukkig tot een uitstervend ras, want een brief schrijven, in een enveloppe steken en naar de post dragen vergt geld en inspanning.
Hoeveel mensen zouden er in Vlaanderen nog rondlopen die niet bereikbaar zijn per email? Ook niet via het werk, familie, vrienden of buren. En hoeveel in Scherpenheuvel-Zichem? Bestaan daar statistieken over?
En hoeveel van die elektronisch geïsoleerde mensen zijn regelmatige gebruikers van de bibliotheek? Ik vraag het me af, want een tijdje geleden maakte ik mijn beklag over de aanmaningskosten die onze stad aanrekent wanneer je een boek te laat inlevert. In tegenstelling tot Diest, waar ik een vriendelijke, kosteloze email krijg. Scherpenheuvel-Zichem stuurt geen email, maar een brief. De postzegel moet je zelf betalen.
In die tekst (die je hier kan herlezen) had ik ook enkele bedenkingen over de werking en zelfs het bestaan van de beheerraad van de bibliotheek, die ik een verborgen genootschap noemde, omdat er geen enkel tastbaar spoor van te vinden is op de website van de stad.
Beweren dat mijn tekst een slapende reus heeft wakker gemaakt, lijkt me hoogmoedig, maar de kolos is intussen toch in beweging. Dat was te merken tijdens de gemeenteraadszitting van afgelopen donderdag. Onze gevatte schepen van Bibliotheek stelde namelijk een aanpassing voor aan het dienstreglement van onze boekentempel in Averbode. Zo werd er gesleuteld aan de uitleentermijn. Ook zal je voortaan een boek kunnen uitlenen met je elektronische identiteitskaart, in plaats van enkel met je bibkaart. Het zijn verbeteringen.
Bovendien werd er nagedacht over de fameuze wijze van aanmaning, die ik aanklaagde. Voortaan zullen laatretourneerders ook per email kunnen worden aangemaand. Mijn hart maakte meteen een vreugdesprongetje. Ik was heel blij om het te horen.
Mijn vreugde werd helaas snel in de kiem gesmoord toen bleek dat voor de emails dezelfde administratieve kosten zullen worden aangerekend als voor een brief.
‘Ah ja,’ zei onze schepen, met enig schaamrood op de wangen, ‘een email sturen vergt van het personeel even veel tijd en inspanning.’
Dat het geen postzegel kost, was haar misschien ontgaan. Ach, aanpassen aan de moderne technologie, het blijft een uitdaging.
-------
Een reactie is welkom, mits goede manieren.
Beste Clara,
BeantwoordenVerwijderenHoe kan je verwachten van een politicus dat hij gelooft in de wijsheid van het volk als dat volk voor hem gekozen heeft?
Mvg,
Brubaker