vrijdag 11 november 2011

De Madonna's van Scherpenheuvel (2)*

-- Gesprekken tussen waan en werkelijkheid --

Nieke - 12 december 1587

Deel 1

De grond is zo hard, ge zoudt er geen schup kunnen insteken, mocht ge willen proberen. Hard van de vrieskou op deze decemberdag, maar nog harder van het bloed en de tranen van stervende soldaten, die op en rond deze heuvel elkaar den duvel aandeden door te beweren dat zij het juiste geloof verdedigden. De opkomende zon kleurt de ijskoude lucht helder paars, en ik sta te bibberen van de kou en de schrik naast de grote eikenboom waarvan zo velen beweren dat hij een wonderbaarlijk beeldje van Maria draagt. Ik heb niet genoeg kleren aan, merk ik meteen. Mijn jeansbroek, trui en wollen jas bieden geen bescherming tegen de gure, ijzige wind van de 16de eeuw, die door mij heen jaagt alsof ik in mijn blootje sta. Gelukkig heb ik fatsoenlijke wandelschoenen aan. Maar dat is dan voorlopig het enige waar ik blij om ben.
Ik heb vandaag een afspraak voor een gesprek met Nieke Exelmans, de onfortuinlijke dochter van boer Tuur Exelmans en zijn vrouw Anna. Nieke is 17 jaar en pas bevallen van een zoon. Ik staar in de tegenovergestelde richting van waar de zon net boven de horizon uitkomt. Daar in de verte, ergens in de duisternis tussen de bomen, ligt de hoeve van de Loobosch. Van hieruit, op deze heuvel, is er in westelijke richting niks te zien. Geen huis, geen mens, geen dier beweegt. Er is geen enkel teken van leven.

De eik is nog imposanter dan ik mij hem had voorgesteld. Over deze boom heb ik mijn hele leven lang verhalen gehoord. Hier staat hij nu, kaal en onbeschaamd te pronken in het bevroren winterlandschap. Zijn ouderdom en waardigheid zijn pijnlijk om naar te kijken. Hij heeft diepe groeven in zijn ruige schors. Het is duidelijk dat deze boom vele honderden jaren oud is. Overal zijn er stukken bast afgerukt en weggesneden. Mensen willen hem meenemen. Ze begrijpen niet dat de wonderbaarlijke genezing verborgen zit in hun eigen hoop en verlangen, niet in het stukje hout dat ze in hun zak steken.
De onderste takken hangen krom van de krukken, doeken en verbanden die overal zijn aangebonden. Stille getuigen van de troost die kreupelen en zieken hier vonden. Het valt me op dat veel van de verbanden nog stijf staan van de etter en het geronnen bloed. Ik leg mijn hand tegen de stam, en ben blij dat ik deze oude reus nog in de fleur van zijn leven heb kunnen zien. Het kost me moeite om zelf geen stukje schors af te breken. Dat zou pas een relikwie van betekenis zijn. Maar wie zou me geloven?
Ik blaas in mijn verkleumde handen en kijk met duizend vragen in mijn hart naar het kleine houten beeldje van de Heilige Maagd dat in een kastje aan de boom is genageld. ‘Hier hangt ge dan,’ fluister ik met bibberende stem, en zie mijn woorden de lucht in dwarrelen in een wolkje van warme adem. Zou ze me gehoord hebben? Ze is kleiner dan ik me had voorgesteld. Amper dertig centimeter. Plots bekruipt me het gevoel dat ze me aankijkt. Ik kom uit een tijd die vierhonderd vierentwintig jaar in de toekomst ligt, en zij weet wie ik ben. ‘Ik ga op zoek naar uw verhaal,’ zeg ik, dit keer luidop.

Ik kijk om mij heen. Natuurlijk heb ik de vertelsels gelezen over wolven op deze heuvel. En rovers. Waar zouden ze zitten? Zouden ze alleen ’s nachts uit de struiken tevoorschijn springen? Of ook in de vroege ochtend? Mijn hart bonst in mijn keel.
Van het dorp waar ik opgroeide is hier nog geen spoor te bekennen. Dit is een onherbergzame plek. Rotsen, struiken en drie paden die in de verte verdwijnen. Maar als ik mijn blik over de horizon laat lopen, maakt mijn hart een kleine vreugdesprong. Daar, in het noorden, op amper drie kilometer van waar ik sta, zie ik in het dal de kerk van Zichem staan. Duidelijk herkenbaar, in bruine zandsteen en met een gehavende toren. Naast haar snijdt de dichtgevroren Demer een kronkelige, witte streep door het landschap. Voor het eerst voel ik meer dan alleen gestolde angst in mijn aderen.

Ik sta met beide voeten op de bodem van de Zuidelijke Nederlanden. De grond waarin de eik zijn wortels steekt, maakt deel uit van Zichem, een van de oudste steden van Brabant, dat op haar beurt toebehoort aan de baronie Diest, ooit eigendom van Willem de Zwijger, eerste prins van Oranje. Willem is drie jaar gelden gestorven en Zichem behoort tot het erfgoed van de graven van Nassau. Het is duidelijk te merken dat deze kleine stad, van amper 300 gezinnen, zwaar heeft afgezien. De littekens zijn zichtbaar.
Tijdens de negentien voorbije jaren, wisselde Zichem zes of zeven keer van handen, speelbal tussen de Spaanse troepen van koning Filips II en de protestantse opstandelingen onder leiding van Willem de Zwijger. Het was geen ingewikkelde kwestie nochtans, en als iemand zijn gezond boerenverstand had gebruikt, zouden de sukkelaars van Zichem veel miserie zijn gespaard gebleven. Maar zoals het altijd gaat in de geschiedenis, hebben de machtslustigen onder ons geen boerenverstand. Een karakterfout die ook vandaag de dag nog veel mensen het leven kost.

Ik graaf in mijn geheugen om mij de geschiedenislessen van zoveel jaren geleden weer voor de geest te halen. In een reflex grijp ik naar mijn smartphone om Wikipedia te raadplegen, maar natuurlijk is er geen internet in 1587.
Toen de rooms-katholieke koning Filips II 28 jaar geleden voorgoed naar Spanje terugkeerde, omdat hij daar enkele katjes te geselen had, maakte hij zijn halfzuster Margaretha van Parma landvoogdes van de Nederlanden. Zijn rijk was zo groot en machtig dat hij het niet meer in zijn eentje kon regeren.
Hij en Margaretha waren allebei kinderen van Karel V. Ge weet wel, de keizer van het Heilige Roomse Rijk, of gewoon Keizer Karel, zoals we hem ook al eens durven noemen. Karel had indertijd een scheve schaats gereden - een gewoonte die vorsten doorheen de geschiedenis nooit helemaal vreemd is - en uit die buitenechtelijke relatie was Margaretha geboren. Omdat Filips II haar dat niet kwalijk nam, mocht zij heer en meestertje spelen over de Nederlanden. Een beslissing die hij zich achteraf ongetwijfeld zwaar heeft beklaagd, omdat een foute inschatting van Margaretha aan de basis lag van de Tachtigjarige Oorlog. Tja, het komt in de beste families voor.

Een tweehonderdtal protestantse edelen hadden een smeekschrift ondertekend waarin zij aan Margaretha de afschaffing vroegen van de Inquisitie. Filips II onderdrukte in zijn hele rijk alles wat ook maar een klein beetje afweek van de ware katholieke leer, waarbinnen een gelovige zijn zielenheil kon bekomen door goede werken, gebed, en goeie ouderwetse boetedoening. Ook aflaten waren toegelaten, het afkopen van vergeving van je zonden, door middel van giften aan de kerk. Een kwestie die vooral de rijken goed uitkwam. Arme sukkelaars werden wegens geldgebrek meestal doorverwezen naar het vagevuur.
De protestanten vonden die gedachte verwerpelijk. Vergiffenis van uw zonden, zei Luther, hangt alleen af van de genade van God. Het is Hij en Hij alleen die daarover beslist. Calvijn deed er nog een schepke bovenop, en beweerde dat God al van bij de geboorte beslist of een mens tot de begenadigden zal behoren of niet. Deze nuance, om het kind een oneerbiedige naam te geven, deed Europa op haar grondvesten daveren. Inclusief de Nederlanden. De hervorming die de calvinisten wilden doorvoeren binnen het christendom, de Reformatie, stuitte de rooms-katholieke Filips II zodanig tegen de borst, dat hij als een razende te keer ging tegen alles wat binnen zijn rijk ook maar rook naar het protestantisme.
Maar Margaretha zag het anders. Vrouwen! De protestantse edelen kwamen in 1566 bij haar op bezoek en overhandigden hun smeekschrift. Haar adviseurs trokken zich de haren uit het hoofd. ‘Niet doen!’ riepen ze in koor. Ook al trachtten ze haar met handen en voeten uit te leggen dat deze dwazen enkel gueux (bedelaars, vandaar Geuzen) waren, zag Margaretha er geen graten in om de activiteiten van de Inquisitie tijdelijk op te schorten, om de edelen de tijd te gunnen nog meer handtekeningen te verzamelen en een smeekschrift te sturen naar Filips II.
Ik moet geen tekeningetje maken, zeker, bij wat er toen gebeurde? Slim als ze waren, grepen de Geuzen de kans om, zonder gevaar voor vervolging, de straat op te gaan, en hun geloof in alle uithoeken van de Nederlanden te prediken, en zodoende de Reformatie door de strot te rammen van eenieder die ze tegen kwamen. De Tachtigjarige Oorlog was een feit.

Filips II was razend. Om zijn gezag te herstellen stuurde hij de hertog van Alva met tienduizend soldaten naar de Nederlanden. Zoals dat gaat bij familieruzies, pikte Margaretha deze bemoeienis van haar grote broer niet, en legde ze uit protest haar ambt neer. Alva, die haar afloste als landvoogd, nam zoveel protestanten gevangen voor ondervraging, marteling, vierendeling en opknoping dat een groot deel van de edelen in paniek op de vlucht sloeg.
Een van hen was Willem van Oranje, stadhouder van Diest en Zichem. Willem grabbelde een heel aantal van zijn calvinistische vrienden bij mekaar, en samen organiseerden zij de Opstand, die over enkele jaren zal leiden tot de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Maar daarmee loop ik op de geschiedenis vooruit. Willem mocht dan wel de Zwijger heten, hij kon zijn mond geen seconde dicht houden! Hij besloot om zijn Zichem en Diest niet zomaar aan de Spaanse honden te laten. De hertog van Alva had sinds zijn komst al drie keer touwtje trek gespeeld met deze Brabantse steden, met alle gevolgen van dien voor de lokale bevolking. Soldaten galoppeerden de erven van boerderijen op, maakten zich kippen, varkens en boerendochters eigen, alsof het hun erfrecht was, en als ze slecht gezind waren, lieten ze het niet na om ook de boerin mee naar hun kampement te sleuren, om zich ’s avonds aan haar te vergrijpen. Tijdens de vechtpartijen in en rond Zichem kropen kinderen en grote mensen in de kelders en op de zolders van hun huizen, in de hoop niet mee te worden afgeslacht als beesten tussen de stervende, gillende huursoldaten en hun doodsbange paarden. En lawaai dat dat maakt, zo’n leger. Ge houdt het niet voor mogelijk wat een kabaal dat is. Hoe die legers achteraf wisten welke lijken ze moesten meenemen om te begraven, blijft mij een raadsel. In de dood moeten al die soldaten toch op mekaar geleken hebben als twee druppels ranzig water.

Maar het ergste moest nog komen. Negen jaar geleden, in 1578 had Filips II zijn klak meer dan vol van al dat aangemodder, en hij besloot dat het nu eindelijk eens moest gedaan zijn. Om al dat Geuzengepeupel voorgoed de hel in te rijden, was het hoog tijd dat hij iemand stuurde die wist hoe het moest. Hij koos tot ieders verbazing de zoon van Margaretha van Parma, zijn misprezen halfzuster. Alexander Farnese was 33 jaar en stond erom bekend een gematigd man te zijn. Hij arriveerde met zijn leger in Luxemburg, waar hij ook nog een stuk of wat Walen inlijfde in zijn huurleger, en begon aan de herovering van de Nederlanden.
Op weg naar Diest kwam hem ter ore dat er op een heuvel in de buurt een eikenboom stond, waar er mirakelen gebeurden. Hij besloot hier eerst zijn kamp op te slaan om te bidden aan de voeten van de Heilige Maagd, om haar steun te vragen voor zijn overwinning op de ketters. Hij knielde neer bij de boom, keek eens diep in zijn ziel, en besloot Zichem, bolwerk van de opstandelingen van Willem de Zwijger, als voorbeeld te gebruiken van wat er gebeurt wanneer ongelovige zwijnen niet plooien naar de wil van de Moeder Gods. Zou zij het hem die avond zelf hebben ingefluisterd? Of borrelde de bloeddorst uit zijn eigen hart naar boven?

Daags na zijn aankomst, op 21 februari 1578, stuurde Farnese een afgevaardigde naar Zichem met de vraag tot onmiddellijke overgave. De Geuzen lachten in zijn gezicht. Ze hadden versterkingen opgegooid, stadsgrachten gegraven en houten schuttingen gebouwd. Toen Farnese als een orkaan over Zichem raasde, vochten de huursoldaten van Oranje als leeuwen. Maar de Spanjaarden en de Walen braken door de versterkingen heen, en slachtten op de meest gruwelijke wijze een groot deel van de opstandelingen af, samen met eenieder die hen voor de voeten liep. Pastoor Lodewijk Van Thienwinckel, de zachtmoedige ziel die sinds twee jaar de hoeder van de parochianen van Zichem was, had al veel meegemaakt, maar wat hij nu zag tartte elke verbeelding. Kinderen, die niet snel genoeg wegkwamen, werden voor zijn ogen doodgetrapt door paarden die uitgleden in het bloed. Rond een uur of vijf in de namiddag, toen het waterzonnetje al aan kracht begon te verliezen, slaagde hij erin om Guske van Victor Claes van de dood te redden, door hem onder een gevallen soldaat uit te trekken, die nog lag te snakken naar adem terwijl het bloed uit de gapende wonde in zijn keel gutste. Guske, een manneke van een jaar of zes, zag lijkbleek en rilde van angst. Van Thienwinkel pakte hem op en vluchtte met hem de kerk in, waar hij, in een hoekje weggedoken, de kleine jongen vasthield tot het geroep buiten ophield, en de duisternis gevallen was.
Een stuk of tweehonderd opstandelingen kon zich terugtrekken in de burcht van Oranje. Ze zagen in dat ze tegen de overmacht van de Spanjaarden niet opkonden, maar nu was het Farnese’s beurt om hen uit te lachen en elke onderhandeling te weigeren die de rebellenleider Jan van Lier hem aanbood. Farnese omsingelde de burcht, en bij het eerste licht smeet hij zich zelf in de strijd, zij aan zij met zijn soldaten, wat hem voor de rest van zijn carrière respect en aanzien verdiende bij zijn manschappen en zijn koning. De Spanjaarden knoopten van Lier op aan de toren, sneden alle overgebleven protestanten de keel over en gooiden hen in de Demer, die donkerrood kleurde van het Geuzenbloed. De inwoners van Zichem, doodsbang als ze waren, spurten naar de watermolen en de sluizen, die ze nog net op tijd konden openzetten, om de zwellende lijken te laten passeren.
Toen Zichem geplunderd en uitgeknepen was, als straf voor haar steun aan de opstandelingen, kostte het Farnese geen enkele moeite om Diest van de Geuzen terug te krijgen. Hij gaf hen de kans om de stad vrijwillig te verlaten, wat ze onmiddellijk deden. Hoe zoudt ge zelf zijn.

Zichem had nog meer verschrikkelijke momenten in het verschiet. Want datzelfde jaar brak er een pestepidemie uit, die de inwoners, samen met pastoor Van Thienwinkel, massaal naar de eikenboom op de heuvel dreef, om te smeken voor verlichting en genade in deze tijden van ziekte, ontbering en hongersnood. Twee jaar later daverde het geteisterde dorp op zijn grondvesten door een aardbeving, die een deel van de burcht van Oranje deed neerstorten. De pastoor lag met armen en benen gespreid voor het altaar van zijn kerk op de grond, zijn gezicht nat van tranen tegen de koude, gebarsten tegels gedrukt, en bad met hart en ziel tot God om hem een instorting van zijn geteisterde heiligdom te besparen. De kerk bleef wonderwel overeind, maar tot overmaat van ramp slaagden de Geuzen er in om Zichem opnieuw in te nemen. Dit keer hadden ze geen enkele genade. Ze sloegen de inboedel van de kerk kort en klein, sneden de kazuifels in stukken, en vernielden alle heiligenbeelden. Ze deden dat niet alleen in Zichem. Overal in de Nederlanden richtte de Beeldenstorm onherstelbare schade aan.
Van Thienwinkels hart brak toen hij hoorde dat ze ook het Mariabeeldje aan de eikenboom op de heuvel hadden meegenomen. Het zou voorgoed spoorloos blijven, waarschijnlijk in stukken geslagen door bezopen soldaten, die zich dag en nacht moed indronken met brandewijn en vrouwen.
Niet veel later viel Zichem opnieuw in de handen van de Spanjaarden, en lag er, na een periode van verschrikkelijke hongersnood, eindelijk relatieve rust in het verschiet.

Zelfs zonder Mariabeeldje bleef de eikenboom de plaats waar mensen uit de verre omstreken troost en genezing kwamen zoeken. De zieken en wanhopige zielen die hier in vroom gebed knielden, wisten dat op deze plaats de hemel de aarde raakte. Spaanse soldaten van de omliggende garnizoenen, moegestreden en geplaagd door etterende oorlogswonden die niet meer wilden toegroeien, kwamen aan de boom bidden. Zij waren er ook heilig van overtuigd dat deze plek door God zelf was uitgekozen. Zij die genazen en terugkeerden naar huis, namen de verhalen van de mirakelen aan de eikenboom op de heuvel met zich mee, tot helemaal in Spanje.

Maar hoe kan het dan, hoor ik u denken, dat ge daar in 1587 toch een Mariabeeldje aan de boom zaagt hangen? Wel, op een dag hoorde Jan Momboers, schepen van Zichem, vertellen dat de kosteres van de Ter Heiligenkerk in Diest een beeldje in haar bezit had dat veel geleek op de verdwenen Maria van de eik. Hij kon het niet over zijn hart krijgen om de kans te laten passeren dat beeldje naar de heuvel te brengen. Dus trok hij naar Diest, waar hij zolang zaagde tot de kosteres hem het beeldje in zijn handen duwde. Momboers bracht het naar pastoor Van Thienwinkel, die het met tranen in zijn ogen in een kastje aan de eikenboom bevestigde. Het kleine, houten Mariabeeldje begon aan een eeuwenlang leven als middelpunt van eerst plaatselijke en later wereldwijde devotie.

Ik richt mijn blik opnieuw op Maria, die naar me kijkt en fluistert: ‘Ga nu maar praten met Nieke. Ze heeft veel te vertellen. Ik zal wel over u waken terwijl ge van hier naar ginder stapt. De wegen zijn gevaarlijk, maar ik draag uw wel en wee in mijn hart.’

Ik zet mij traag in beweging en vertrek in westelijke richting. Na tweehonderd meter kijk ik om. De eikenboom staat machtig te glunderen in het heldere licht van de opkomende zon.



Lees ook: De Madonna's van Scherpenheuvel (3)

*De Madonna’s van Scherpenheuvel is een historische fictie. Sommige feiten zijn geschiedkundig correct, andere zijn ontsprongen aan de levendige fantasie van de auteur.

5 reacties:

  1. Clara,
    gewoon prachtig geschreven!
    Je voelt dat dit recht uit je hart komt.
    Home is where the heart is, nietwaar?
    Francis

    BeantwoordenVerwijderen
  2. christophe lemmensNov 12, 2011 09:54 AM

    Heel mooi Clara, al val ik in herhaling, zeer goede sfeer neergezet, chapeau of capota in ieder geval...

    C. Lemmens

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb ervan genoten alhoewel ik het niet leuk vind om te lezen op de computer.
    Je hoort me al komen. Schrijf eens een boek, dan kan ik ermee in bed kruipen en zalig genieten, van uw schrijven, tussen de lakens.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. marie-anne van kerkhovenDec 14, 2011 07:01 AM

    ...meeslepend en uitnodigend voor een vervolg, dak nu direct ga lezen!!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. marie-anne van kerkhovenDec 14, 2011 07:04 AM

    ..meeslepend en uitnodigend om het vervolg te lezen, dak nu direct ga doen!

    BeantwoordenVerwijderen