Katrin - 1 mei 1882
Deel 1
De straten van Scherpenheuvel staan in rep en roer. Ge kunt er over de koppen lopen. Het is vandaag de eerste dag van mei, opening van het bedevaartseizoen. Kerk en commerce wrijven zich in de handen. Het is drie dagen geleden opgehouden met regenen, na een miserabel slecht voorjaar. Niemand die had kunnen voorspellen dat de zon er vandaag zou doorkomen. Maar hier is ze dan toch. En ze trakteert gul. Ik sta vlak tegenover de waterput, op de hoek van het Albertusplein met de Brouwerijstraat. Althans, zo heten die straten in mijn tijd. Straks even controleren of dat ook in dit tijdperk het geval is. Hier bevindt zich het huis van Anna Catharina Van Kerkhoven, oermoeder van een geslacht dat enkele generaties lang de geschiedenis van dit dorp zal bepalen. Katrin, zoals ze al jaar en dag genoemd wordt, is 54 jaar en getrouwd met Liborius Michiels. Ze heeft vijf kinderen in leven, en één op het kerkhof. Ze gaat elke week naar zijn grafke kijken, en legt er een verse bloem op. Het gezin Michiels gaat niet lang meer in het centrum van Scherpenheuvel blijven wonen. Ze verhuizen binnenkort naar de Witte Hoef, een landgoed met villa dat temidden de velden gebouwd wordt.
Borius groeide op in de boerderij van zijn ouders. Op het Verbrandt, zoals die streek toen heette. Straks, als ik over de geschiedenis vertel, zult ge begrijpen waarom dat daar zo genoemd werd. Zijn moeder heette toevallig ook Trees Polaster, zoals de vroedvrouw uit mijn vorige verhalen. Maar of er enige familieband was tussen de twee vrouwen valt moeilijk te bewijzen. De dooparchieven van de kerk, waar een geïnteresseerde zulke informatie zou kunnen terugvinden, ging verloren tijdens een donkere passage in de plaatselijke geschiedenis. Maar daarmee loop ik op mijn vertelsel vooruit.
Als kind al was Borius gefascineerd door alles wat uit de grond kwam. Ge moet er maar een zaadje of stekje insteken of het groeit. Hij kon uren met een schup in zijn handen staan, kon met ploeg en paard een voor in het veld trekken die rechter was dan zelfs zijn vader Norbert kon maken, en dat was veel gezegd, want Norbert stond erom bekend een pietje precies te zijn. Zeker wanneer het op ploegen aankwam. Naar de mis gaan nam hij niet zo nauw. Een slechte gewoonte die zijn zoon graag overnam.
Borius had eigenlijk maar één grote liefde. Hij hield van bomen. En toen hij in de jaren vijftig trouwde met zijn Katrin, was hij de koning te rijk. Hij had op 33-jarige leeftijd eindelijk iemand gevonden die zijn liefde voor de natuur deelde. Katrin was zes jaar jonger dan hij. Borius had toch een beetje schrik dat ze voor hem wat aan de jonge kant was. Maar ze kon schoon lachen, en hij zag haar graag. Haar kolerieke kantjes nam hij er op de duur dan maar bij. Zo erg was dat allemaal niet, als ge bedenkt dat ze Borius zoveel zonen baarde. Genoeg om zijn droom te verwezenlijken: het oprichten van een familiebedrijf, een boomkwekerij met naam en faam in gans België.
Die droom staat hier, voor mijn neus, in zijn prille kinderschoenen. Want het mooie, stenen gebouw van drie verdiepingen, waar ik straks naar binnen ga om Katrin te interviewen, doet ook dienst als kantoor van de firma Les Grandes Pépinières de Montaigu, dat vorig jaar is opgericht. Erg Grandes zijn de Pépinières nu nog niet, maar bij de viering van de 25ste verjaardag van de oprichting van de firma, zal de familie Michiels aan het hoofd staan van een bedrijf dat vele honderden mensen tewerkstelt in de kweek van bomen en bloemen.
Scherpenheuvel is bijna onherkenbaar veranderd. Wat honderd jaar geleden nog een middeleeuws dorp leek, is nu een volwaardige, geürbaniseerde nederzetting geworden. De stadsrechten die Scherpenheuvel van Albrecht en Isabella mocht ontvangen in 1604 zijn intussen vervallen, terwijl het dorp er ironisch genoeg voor het eerst in haar geschiedenis echt als een stad uitziet. De transformatie begon aan het einde van de 1780, toen het schepencollege besliste dat er binnen de vesten geen huizen meer mochten staan met strooien daken. De nieuwe die gebouwd werden, moesten aan strengere normen voldoen, en de oude moesten aan die normen worden aangepast. Dit om in eerste plaats het brandgevaar te verkleinen. De beslissing van het college werd natuurlijk niet van de ene dag op de andere toegepast. Ge kunt u wel inbeelden dat het vooral de mensen waren die nog in lemen huizen woonden, die het zich niet konden permitteren om er ook een leien dak op te leggen. De commercanten hadden ondertussen al lang bakstenen huizen gebouwd, maar de keuterboeren en seizoensarbeiders die met een habbekrats moesten rondkomen, waren niet content met de beslissing van het stadsbestuur en voelde zich gedupeerd.
Het werd snel duidelijk dat Scherpenheuvel geen vestingstad meer was. Eigenlijk was ze dat nooit geweest. De vesten en wallen waren indertijd enkel het gevolg van de grootheidswaanzin van aartshertog Albrecht, en bleken in de groeiende nederzetting algauw meer hindernis dan hulp. In 1782 keurde het schepencollege unaniem de beslissing goed om de Leuvense en Diestse poorten af te breken. Het materiaal werd per opbod verkocht. Enkel het gebouw van de Zichemse poort bleef overeind, en werd voortaan gebruikt als cachot. Het duurde niet lang voor er beslist werd om de palissaden af te breken en de wallen vrij te geven voor verkoop, om tegemoet te komen aan de bevolkingsaangroei. Scherpenheuvel barstte stilaan uit haar voegen. De grachten werden opgekuist en half opgevuld, om ze minder diep te maken, en afval storten werd bij de wet verboden. Daar werd door de stadswachten voortaan zeer steng op toegezien. Het propere water werd voorbehouden voor het blussen van branden, die toch nog steeds regelmatig uitbraken. De straten werden helemaal opnieuw aangelegd, en dit keer met kasseien van betere kwaliteit. Voortaan werd alles ook regelmatig onderhouden door de stadsarbeiders.
Ook buiten de scherpe heuvel waaide een nieuwe wind. Maar of die zo gunstig was, hangt af van de persoon bij wie je je oor te luisteren legt. Als onderdeel van de Oostenrijkse Nederlanden ging het Brabant, en bij uitbreiding heel Vlaanderen, in eerste instantie voor de wind, maar in 1780 werd Jozef II keizer en hij hield er vooruitstrevende ideeën op na, die niet altijd in het voordeel waren van de katholieke kerk, en als dusdanig ook het bedevaartsoord. Hij stuurde aan op grote hervormingen binnen zowel de kerkelijke structuur als het logge staatsapparaat. Eigenlijk was de man gewoon zijn tijd veel te ver vooruit, en slaagde hij er op korte tijd in het katholieke zuiden iedereen tegen zich op te zetten. Drie jaar na zijn troonsbestijging, nam hij de beslissing om 163 kloosters op te heffen. De kloostergemeenschappen werden opgedoekt, de paters en nonnen werden verspreid over andere congregaties, en de eigendommen verkocht. Het Oratorium in Scherpenheuvel ontsnapte als bij wonder aan deze uithaal van de keizer. De dertien priesters en zeven lekenbroeders mochten blijven. Ook de inkomsten van de kerk, plus de huurgelden en opbrengsten van de pachteigendommen mochten de Oratorianen, na een grondige inventarisatie, toch behouden. Dat was voor de proost een grote opluchting, omdat de inkomsten zienderogen verminderden en hij toch 20 mensen moest eten geven, zichzelf meegerekend.
Jozef II richtte in Leuven en Luxemburg algemene seminaries op. Alle theologiestudenten werden gedwongen daar te studeren. Andere opleidingen werden onherroepelijk afgeschaft. Daarnaast vaardigde hij ook eindeloze lijsten decreten uit. Hij ontwikkelde een ongeziene drang tot inmenging in kerkelijke zaken, besliste over zelfs de meest interne details, zoals kerkgewaden en aantal kaarsen op het altaar, waardoor hij de bijnaam keizer-koster kreeg toebedeeld. Om maar een voorbeeld te geven: op 14 augustus 1784 kwamen de pastoor en burgemeester van Scherpenheuvel bijeen over een Oostenrijks decreet dat zei dat voortaan de doden niet meer in of rond een kerk mochten begraven worden. Wegens gevaar voor de volksgezondheid. Graven veroorzaken dampen en geurhinder, zo stond in de tekst van het keizerlijk besluit, en die kunnen ziektes veroorzaken.
Met een inwonersaantal van om en bij de vijftienhonderd mensen, tekende Scherpenheuvel jaarlijks een twintigtal doden op. Het zou nog exact dertien jaar duren vooraleer oude graven moesten worden verwijderd om plaats te maken voor nieuwe. De burgemeester en de pastoor schreven een brief naar het Oostenrijkse bestuur in Brussel met een lange uitleg. Aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk was er meer dan genoeg afstand tussen het kerkgebouw en de eerste huizen, en dus ook genoeg frisse lucht om gevaarlijke dampen weg te blazen. Scherpenheuvel gaf nooit gevolg aan het decreet, en werd gelukkig niet gestraft voor haar kleinschalige anarchistische beslissing, om de simpele reden dat niemand vanuit Brussel zich ooit de moeite getroostte om te situatie te komen controleren.
De diepgaande hervormingen die Jozef II in het staatsbestel doorvoerde, en zijn plannen voor de sanering van justitie, zorgde voor heel wat wrevel, en droegen bij tot de veranderingen die voor de deur stonden. In Frankrijk roerde de bevolking zich, en kwam in opstand tegen de koning. Op 14 juli 1789 bestormde de woedende menigte de Bastille, het moment dat als symbolisch beginpunt wordt aanzien voor de Franse Revolutie. In de Oostenrijkse Nederlanden voelden velen zich door deze rebellie geïnspireerd, en overal ontstonden haarden van verzet. Nog geen maand na de bestorming van de Bastille keerde in Luik een meute zich tegen de prins-bisschop, terwijl in Tienen, Leuven en Diest de belastingontvangers het moesten ontgelden. Deze rellen leidden al snel, en ik ga kort door de bocht, tot de Brabantse Omwenteling. Wat begon met de slag bij Turnhout, waar een boerenleger ten strijde trok tegen het Oostenrijks gezag, breidde zich snel uit naar heel Brabant, en daarna ook naar Vlaanderen. In november 1789 werd Diest bevrijd, en de Scherpenheuvelse bevolking was meer dan bereid om de 3.000 boerensoldaten te bevoorraden. Er hing een euforische sfeer in de lucht, die voor het eerst in de geschiedenis echt smaakte naar onafhankelijkheid. De kans is groot dat ook Trees van Frakke Vogeleir, als ze nog in leven was, en haar dochter Fien mee naar het Zichems veld trokken, om wonden te verzorgen en warm eten te brengen aan die boerenknuppels, die zo hun best deden om de Oostenrijkers een pak slaag te geven. Fien was toen 36 jaar, en ongetwijfeld al jarenlang vroedvrouw. Als ik tijd heb, zoek ik straks misschien naar haar graf, en dat van haar moeder.
De opstandelingen vormden een nationale vergadering, en verklaarden op 17 november van datzelfde jaar de heerschappij van Jozef II als verbeurd. Samen organiseerden ze gecoördineerde veldtochten tegen de Oostenrijkse bezetting en een jaar later hadden zij de Oostenrijkers uit het hele grondgebied van de Zuidelijke Nederlanden verdreven, op Antwerpen na.
De Brabantse driekleur, rood, zwart, geel in horizontale strepen, wapperde boven Brussel. Alle staten, behalve Luxemburg, verklaarden zich op 11 januari 1790 onafhankelijk van Oostenrijk. Ze vormden de Verenigde Belgische Staten, les Etats-Belgiques-Unis. De naam België was overgeleverd uit Romeinse tijden, toen Julius Caesar in zijn De Bello Gallico het noorden van Gallië beschreef als Belgica.
Maar die onafhankelijk kwam te vroeg en in de verkeerde vorm. De verschillende belangengroepen, Vonckisten en Van der Nootisten, kwamen steeds minder goed met elkaar overeen, en de strijd van de diverse partijen, om de macht over het vrije grondgebied, had catastrofale gevolgen. Onder druk van het volk had de regering de belastingen zodanig verlaagd, dat er geen geld meer was om een fatsoenlijk leger op de been te houden. Nog voor de eerste verjaardag van de onafhankelijkheidsverklaring vielen de troepen van de nieuwe keizer, Leopold II, zoon van de overleden Jozef II, de Verenigde Belgische Staten binnen en heroverden het volledige grondgebied. Tot zover de eerste poging.
Maar de grootste aardverschuiving in de Zuidelijke Nederlanden stond pas nu te gebeuren. Deze zou veranderingen met zich meebrengen die ook voor Scherpenheuvel zeer verdragende en pijnlijke gevolgen hadden. Dit keer bracht de sauvegarde van Isabella geen enkele soelaas, en kon zij haar geliefde parochie postuum niet beschermen. In 1894 overspoelden Franse soldaten onze gebieden, en dat had meteen grote consequenties voor het bedevaartsoord. In januari al kreeg het Oratorium een bevel van Leopold II tot oorlogssteun. Het klooster moest 4.020 zilveren gulden bijdragen aan de bewapening en bevoorrading van de Oostenrijkse troepen. De proost van de Oratorianen wist aan de overheid de belofte te ontfutselen dat alles, tot op de laatste gulden, na de oorlog zou worden terugbetaald. Of dat ook gebeurde, zal later in het verhaal duidelijk worden.
De Franse overmacht was niet te stuiten. Het duurde dan ook niet lang voor de Oostenrijkse troepen volledig onder de voet gelopen waren. Nog voor de officiële aanhechting bij Frankrijk lieten de nieuwe bezetters aan de inwoners van de veroverde gebieden hun ware gelaat zien. De adel en rijken, clerus en kloosters, moesten samen 60 miljoen Franse ponden aan belastingen ophoesten. Iedereen sloeg meteen in paniek.
De Fransen waren roekeloos en zetten te pas en te onpas velden en boerderijen in brand. Ook in Scherpenheuvel, waar zij passeerden, moesten een heel aantal velden eraan geloven. De pachthoeve op de Loobosch, die intussen eigendom was geworden van het Oratorium, ontsnapte ternauwernood aan de Franse vernielzucht, maar andere boeren hadden minder geluk. De hele streek ten zuidoosten van de stad ging in vlammen op. Het duurde zeker een jaar voor de geur van verbrande bomen, planten en vlees helemaal uit de bodem gewasemd was. Zo gebeurde het dat die streek het Verbrandt werd genoemd. Later kwam een deel van die grond in het bezit van Norbert Michiels, vader van Borius, die via erfenis de eigendom verwierf van een boerderij.
Op 1 oktober 1794 annexeerde Frankrijk de Oostenrijkse Nederlanden. Van de ene dag op de andere werden de drie miljoen Zuid-Nederlanders Franse staatsburgers. Ook de 1.500 inwoners van Scherpenheuvel.
De gevolgen waren meteen te merken. Alle processies, bedevaarten en andere godsdienstige samenscholingen buiten het kerkgebouw werden verboden. De activiteiten rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk kwamen tot een abrupte stilstand. Het aantal pelgrims slonk dramatisch.
Alsof ze voelden dat de duivel ermee gemoeid was, en om erger kwaad te voorkomen, vertrokken twee Oratorianen met een hoop kostbare documenten en voorwerpen naar een Oratorium in Denemarken. Omwille van de gunstige ligging van het Deense klooster, geïsoleerd op een eiland, gingen de paters ervan uit dat hun schatten daar veilig waren. Groot was de schok toen het klooster op een dag afbrandde. Het Scherpenheuvels archief en de kunstvoorwerpen gingen voor het nageslacht verloren.
Twee jaar na de inlijving van de Nederlanden bij Frankrijk besliste de Directoir om alle kloosters definitief af te schaffen. Op slag was het Oratorium, plus de inventaris, gronden en andere eigendommen bezit van de Franse Republiek. Alles werd in een mum van tijd verkocht aan de hoogste bieders. Een aantal van de Oratorianen konden op het nippertje ontsnappen, maar vijf van hen, waaronder proost Van Bael, parochiepriester van het bedevaartsoord, werden gevangen genomen. Van Bael kon merkwaardig genoeg ontsnappen, en stierf 23 jaar later, na een rustig leven in een vredige schuilplaats, op de gezegende leeftijd van 74 jaar. De overige vier Oratorianen, waaronder pater Vliegen en pater De Noot, beiden geboren en getogen in Scherpenheuvel, hadden minder geluk. Ze werden, samen met honderden andere Belgische geestelijken, naar de Franse kolonies in Zuid-Amerika verbannen. Zoals de meesten kwamen zij onderweg, of vlak na aankomst, om van ontbering.
Bij de verkoop van de eigendommen van het Oratorium slaagden Antoon d’Elderen, hoofdmeier van Zichem, en Norbert Beutels, burgemeester van Scherpenheuvel, erin om voor 6.000 franken de boerderij en de grond op de oude vesten, op te kopen met de bedoeling ze later aan de paters terug te geven. Om ook de rest van het klooster, alle bijgebouwen, de tuinen en vijvers te kopen, hadden ze bijlange niet genoeg geld, en dat werd verkocht aan een zekere Jean-Filip Pirlet uit Leuven, die er 100.000 franken voor neerlegde. Hij zou het steen per steen laten afbreken, en het materiaal verkopen. Alleen de buitenmuur bleef overeind, en natuurlijk de boerderij zelf, omdat die in het bezit was van de burgemeester.
In 1798 vond de onfortuinlijke geschiedenis plaats van de klokken. Omdat de Fransen het koper in beslag namen, werden de klokken uit de toren naar beneden gesmeten. De kleinere in hun geheel, terwijl de grootste exemplaren eerst in stukken werden geslagen en zo naar beneden gekieperd. Het is een mooi verhaal van heldendaden en opstand tegen de bezetter. Enkele inwoners slaagden erin ’s nachts een deel van het klokkenspijs te stelen en in de kelder van de kerk te verstoppen. Later werd het gebruikt om de eerste van een reeks nieuwe klokken te gieten.
Het einde van de ellende van Scherpenheuvel was gelukkig in zicht. Helaas niet zonder het nalaten van diepe wonden. Een maand voor de eeuwwisseling kwam er een einde aan de Franse Directoir, en stond er een jonge Corsikaan op uit het volk, die de geschiedenis van de Franse Republiek, en van Europa, zou veranderen. Napoleon Bonaparte werd in 1802 benoemd tot consul voor het leven, en kroonde zichzelf twee jaar later tot keizer van het gloednieuwe Franse keizerrijk. Slim als hij was sloot hij een concordaat met paus Pius VII, en deze overeenkomst zorgde ervoor dat hij in het katholieke België de steun won van zowel het volk als de clerus. De kerk aanvaardde Napoleon en zijn keizerrijk meteen als wereldlijke overheid en in ruil erkende de staat het katholicisme als godsdienst van de meerderheid. Napoleon liet in een communiqué weten dat kerken noodzakelijk waren voor het belijden van het katholieke geloof, en daarmee verklaarde hij zich in essentie akkoord met de godsdienstvrijheid. Meteen werden de kerken heropend.
De bedevaarten en de handel werden hervat. Scherpenheuvel had na de annexatie bij Frankrijk haar stadsrechten verloren, en was voortaan een gewone gemeente zoals alle andere. Maar dat lieten de inwoners nauwelijks aan hun hart komen. Vier van de gevluchte Oratorianen kwamen terug, en pater Daniëls werd aangesteld als pastoor. Hij liet in eerste instantie de opgelopen schade aan de toren en de voorgevel herstellen, om ervoor te zorgen dat de kerk ten minste uiterlijk opnieuw tot haar vroegere glorie terugkeerde. Nu het klooster verdwenen was, moesten de paters een andere woonplaats zoeken, en Daniëls liet een gloednieuwe pastorie bouwen, aan de zuidkant van de kerk. Hij nam bovendien ook nog vijf extra biechtvaders in dienst. Onder het waakzame oog van zijn opvolger werd de binnenkant van de kerk voor het eerst wit geschilderd, in plaats van gekalkt. Het zorgde meteen voor een veel verzorgder uitzicht. Er werd bovendien een preekstoel geïnstalleerd in de centrale rotonde, van waaruit de parochiepriester voortaan zijn preek over de hoofden van zijn parochianen en pelgrims kon uitspreken.
Het nieuwe regime bracht echter ook één groot nadeel met zich mee. Volgens de Franse wetgeving waren alle kerkfabrieken verplicht hun budget ter nazicht en goedkeuring voor te leggen aan het lokale gemeentebestuur. Ook de parochie Scherpenheuvel moest zich naar die regel buigen, tot groot ongenoegen van de pastoor. Er zat voor hem helaas niets anders op dan zich bij de Franse beslissing neer te leggen.
Maar onder het motto dat mooie liedjes door de band niet lang duren, kwam ook aan de kortstondige periode van opbloei onder het Franse bewind een abrupt einde, toen keizer Napoleon in juni 1815 in Waterloo verslagen werd. Vijf maanden later, op 20 november, ging de Belgische droom voor onafhankelijkheid op in het Koninkrijk der Nederlanden, onder het bewind van de calvinistische koning Willem I van Oranje-Nassau. Klinkt bekend in de oren, die naam, niet?
Koning Willem I vaardigde meteen een grondwet uit, die de absolute macht van de vorst, zichzelf dus, aan banden moest leggen. Hij deed er ook alles aan om zijn volledige volk aan zijn kant te krijgen. Niet alleen de 2 miljoen calvinistische onderdanen in het noorden, die zonder enige moeite aan zijn zijde stonden, maar vooral ook de 3 miljoen overwegend katholieken in het zuiden. In hun gedachtengoed neigden deze laatsten veel meer in de richting van Frankrijk. Ze vielen nog liever dood dan zich door een Noord-Nederlander te laten commanderen. Binnen deze groep stonden de Vlamingen niet sterk genoeg qua taal en cultuur om zich te onderscheiden van de overige Zuid_Nederlanders. Van enige politieke ontvoogding kon dus geen sprake zijn. Nochtans was er intussen in het zuiden een veel grotere economische welvaart ontstaan. Dankzij de heropening van de Schelde, en de mogelijkheid tot handel met het Oost-Indische afzetgebied, bloeide de economie volledig open. In 1820 was Gent de grootste textielhoofdstad van Europa. Er werkte zo maar liefst dertigduizend arbeiders. Allemaal goed betaald. Ook het havenverkeer in Antwerpen was exponentieel toegenomen.
Er ontstond een sterke liberale en Fransgezinde burgerij, die de koers bepaalde. Willem I probeerde deze groep zo strak mogelijk aan te halen. Hij richtte, als tegenhanger van de Noord-Nederlandse Bank van Amsterdam, in het zuiden de Algemene Nederlandsche Maatschappij ter begunstiging van de Volksvlijt op, de latere Generale Maatschappij. Deze openbare kredietverlener deed de economie nog verder exploderen, en gaf bovendien de politieke geschiedenis voor meer dan 150 jaar mee gestalte.
Willem I deed er ook alles aan om het volk te ontwikkelen. In het zuiden van het Koninkrijk der Nederlanden woonden bijna tien keer zoveel ongeletterden als in het noorden. Daarom gaf Willem de opdracht tot het bouwen van 1.500 scholen, waar in de volkstaal werd onderwezen. In Brussel en Vlaanderen was dat Nederlands, een feit dat stootte op heel wat ongenoegen bij de Vlaamse adel en bourgeoisie, die geheel Franstalig was.
Willem I maakte nog meer verschrikkelijke fouten, waarmee hij zowel de clerus als de katholieke bevolking tegen zich in het harnas joeg. Hij hield zich aan de oude decreten van wijlen keizer Jozef II. De kerkrekeningen stonden nog steeds onder supervisie van de overheid. Katholieke hoogwaardigheidsbekleders moesten trouw zweren aan de grondwet, wat naar hun gevoel indruiste tegen de godsdienstvrijheid. Kandidaat-seminaristen werden nog steeds gedwongen om in Leuven te studeren. Binnen de katholieke kerk gingen er steeds meer stemmen op die aansloten bij de vooruitstrevende liberalen.
Hun gezamenlijke grieven zouden er uiteindelijk voor zorgen dat er tussen katholieken en liberalen een gemeenschappelijke politieke voedingsbodem ontstond,een unionistische beweging. Op het einde van 1829 ondertekenden 360.000 Zuid-Nederlanders een petitie waarin zij hun ongenoegen uitten, maar Willem legde deze naast zich neer. Revolutie leek met de dag meer onvermijdelijk.
Tijdens een opvoering van de Franse opera La Muette de Portici in de Muntschouwburg in Brussel, op 25 augustus 1830, was plots het moment aangebroken. Een van de aria’s bevatte dan ook een zeer toepasselijke tekst : Amour sacré de la patrie, rends-nous l’audace et la fierté. A mon pays je dois la vie. Il me devra la liberté. In de straten van Brussel ontstonden overal relletjes, die zich uitspreidden als een lopend vuurtje. Op de muren stonden drie maal vier W’s geschilderd, die symbool stonden voor de opstand tegen de koning van het koninkrijk der Nederlanden: Wij willen Willem weg. Wil Willem wijzer worden, wij willen Willem weer.
Maar helaas wilde Willem niet wijzer worden. De straatrellen breidden zich alleen maar uit en al gauw ontwapenden de rebellen de koninklijke troepen. Een maand later, op 29 september 1830, keurden de Staten-Generaal van Den Haag met 55 stemmen tegen 43 de scheiding goed tussen noord en zuid. Maar Willem gaf zich nog steeds niet gewonnen. Zijn zoon, prins Frederik, viel Brussel aan met een troepenmacht van 14.000 soldaten. Hij liep te pletter tegen de opstandige barricades.
Onder beschermheerschap van de Franse koning Lodewijk-Filips werd er een voorlopige regering opgericht, het Nationaal Congres. Haar voornaamste opdracht was het schrijven van de Belgische grondwet. Op 20 december 1830, tijdens een conferentie in Londen, erkenden Frankrijk, Engeland en de andere Europese mogendheden de onafhankelijkheid van België.
Op 7 februari 1831 was de nieuwe Belgische grondwet eindelijk klaar. Ze bevatte drie fundamentele vrijheden: godsdienst, pers en onderwijs. Kerk en staat waren eindelijk gescheiden.
Nu stond het Nationaal Congres voor een moeilijke taak: wie wordt het eerste staatshoofd? Deze keuze liep niet van een leien dakje. Uiteindelijk viel de keuze op hertog Leopold van Saksen-Coburg en Gotha. Leopold was na 15 jaar nog steeds in rouw over de dood van zijn vrouw, kroonprinses Charlotte, de enige dochter van koning George IV van Engeland, die gestorven was tijdens de geboorte van hun eerste kind. Leopold was blijven wonen in hun residentie, Claremont House, nabij Windsor. Zelfs in de armen van een jonge, Duiste actrice, aan wie hij zijn hart kortstondig verloor, kon hij zijn verdriet niet vergeten.
In 1830 kreeg hij een aanbod om koning van Griekenland te worden. Hij weigerde. Nog geen jaar later kreeg hij dezelfde vraag van het Nationaal Congres van de nieuwe Belgische natie. Dit keer accepteerde Leopold het aanzoek. Op 21 juli 1831 legde hij, op het Koningsplein in Brussel, de eed af. Hij werd die dag Leopold I, eerste koning der Belgen. Twee jaar later stemde hij toe in een gearrangeerd huwelijk met prinses Louise, de 20-jarige dochter van koning Lodelijk-Filips van Frankrijk. België had een koningshuis.
En hoe verging het het Brabantse dorpje op de scherpe heuvel? Na de Belgische onafhankelijkheid braken voor het bedevaartsoord eindelijk de gouden jaren aan. Herstellingswerken, verbouwingen en verfraaiingen volgden elkaar in sneltempo op. De pastoor richtte een verzoekschrift aan de overheid om de 4.020 zilveren gulden terug te eisen, die zijn confrater en voorganger 36 jaar eerder had moeten betalen ter financiering van de Oostenrijkse verdediging tegen Frankrijk, maar zijn verzoek viel op dovemansoren. Hij liet het niet aan zijn hart komen. De inkomsten van de kerk stegen dusdanig, dat de verliezen op een mum van tijd waren weggewerkt. Veel van de verloren eigendommen keerden terug naar de kerkfabriek, en door verkoop, verhuur en nieuwe aankopen breidde de kerk haar rijkdom sterk uit.
Een marmeren vloer verving de rode plaveien, die de eeuwen nauwelijks hadden overleefd. Voor het eerst verschenen er stoelen in de kerk, die de eerste dertig jaar verpacht werden, vooraleer ze simpelweg gratis mochten gebruikt worden door de gelovigen. Eerst waren het er vierhonderd, maar al gauw werd dat aantal verdubbeld, toen er ook stoelen in de zijkapellen werden geplaatst. Er werden marmeren offerblokken geplaatst in het portaal. De kruisweg rond de kerk werd aangelegd, met staties van taferelen uit witte steen, geplaatst in arduinen nissen. Later werd de kruisweg geplaveid met cementtegels, en voorzien van bankjes. Er werd een verguldsel rond het orgel geplaatst en een uurwerkinstallatie aangebracht op de noord-, west- en zuidkant van de toren. De sacristie werd opgesmukt met houten lambrisering. In 1840 werd de haag rond de Hortus Conclusus vervangen door een ijzeren afsluiting, en in 1850 werden de grote ramen van het heiligdom vervangen door brandramen met taferelen uit de bewogen geschiedenis van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De meest opmerkelijke verandering volgde datzelfde jaar, toen de pastoor besliste om het genadebeeld te verhuizen van de hoge nis naar een lage, zilveren nis die hij voor haar liet bouwen. Voortaan werd deze nieuwe plaats het brandpunt van alle aandacht en hoop in de kerk. Ook liet hij een spectaculair zilveren tabernakel maken, samen met nog meer zilverwerk voor het hoogaltaar. Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel schitterde vanaf die dag op haar glimmende troon.
Het ultieme hoogtepunt van deze glorietijd van Scherpenheuvel kwam er op 25 augustus 1872, toen kardinaal Deschamps, in opdracht van paus Pius IX het genadebeeld mocht kronen. Maar daarover zal Katrin Van Kerkhoven straks meer vertellen. Want zij was er persoonlijk bij, en informatie uit eerste hand is toch altijd beter dan verhalen die misschien uit de duim gezogen zijn. Zeg nu zelf.
Lees ook: De Madonna's van Scherpenheuvel (13)
* De Madonna’s van Scherpenheuvel is een historische fictie. Sommige feiten zijn geschiedkundig correct, andere zijn ontsprongen aan de levendige fantasie van de auteur.
0 reacties:
Een reactie plaatsen