zondag 11 november 2012

Nonnen zijn in


We hebben het aan Annemie Struyf te danken. Nonnen zijn weer helemaal in de mode. Niet letterlijk, want op een enkele uitzondering na lopen ze nog steeds gekleed in dezelfde bloezen, rokken, brillen, kappen, kousen en oerdegelijke schoenen of sandalen als pakweg veertig jaar geleden. Nee, nonnen zijn in, vet en gemaan cool. We vinden ze dapper, mondig, slim, ontroerend, rebels of net niet. Ze hebben scherpe kantjes, een klein hartje en een grote mond. Vooral de laatste missiezusters van de Jacht, die Struyf met haar gebruikelijke amaaaaai’s heeft opgediend op de nieuwe tv-zender Vier. Zij gingen er bij ons in als koekebroodjes.
  
Nochtans zijn niet alle nonnen even hip als die van Annemie Struyf. Neem de arme Klaren van Malonne bijvoorbeeld. Die hebben zich onlangs erg onpopulair gemaakt door het verwelkomen van Michelle Martin, de ex-vrouw van Marc Dutroux, in hun congregatie. Veel nonnen in België zijn vandaag hoogbejaarde, eenzame vrouwen, die in grote, lege kloosters wonen die dringend aan renovatie of een nieuwe bestemming toe zijn. Ze worden vergeten of verwaarloosd door de nakomelingen van hun broers of zussen, en sterven met als enige troost de gedachte aan hun hereniging met Onzelievenheer en de vele geliefden die hen zijn voorgegaan in de dood.
 
In Scherpenheuvel is het niet anders. In het centrum van het dorp staat het klooster van de Zusters Ursulinen, een historisch gebouw met een rijke geschiedenis die teruggaat naar de tijd van de bouw van de Basiliek. Het bouwwerk zag in de 17e eeuw het levenslicht, als school van de Oratorianen die ooit de parochie en het gloednieuwe bedevaartsoord onder hun hoede hadden. Er woonden en werkten doorheen de tijden kloosterzusters van allerlei pluimage, die een brede waaier van goede daden verrichtten. Maar hun aantal is langzaam afgenomen en nu blijven er nog minder dan een handjevol Ursulinen over. Ze zijn aangevuld met een aantal Zusters Salvatorianessen en Paters Salvatorianen, omdat er nu eenmaal plaats is, en iemand voor de bejaarde nonnen moet zorgen. Het gebouw zelf kreeg een gedeeltelijke herbestemming als Onthaalcentrum De Pelgrim. De rest van het schitterende oude bouwwerk, met eiken trappenhallen, hoge glasramen, weidse vertrekken en een schitterende kapel staat, sinds het vertrek van de Hagelandse Academie voor Muziek en Woord die gedurende enkele jaren hier haar intrek nam, voor een groot deel te verkommeren. Bewijs daarvan is de dikke muur in de Kloosterstraat die vorige week over een lengte van 30 meter genadeloos instortte en een pijnlijk verwaarloosde, weggekwijnde tuin blootlegde.
 

Ik wilde daar eigenlijk een grapje over maken. ‘Gaan ze nu uitbreken, de nonnen, nu ze eindelijk de kans hebben?’ dacht ik te vragen. Nuns on the run! Het lijkt wel de titel van een slecht Nirvana-nummer. Maar het tragische is dat die nonnen de drang om weg te lopen al lang niet meer hebben en trouwens nooit gehad hebben. Nu ja, tragisch mag ik dat waarschijnlijk niet noemen. Ik zou die keuze persoonlijk nooit kunnen maken. Daar wilde ik veel te graag kinderen voor. Ooit ben ik eens met twee van die zusters gaan praten. Een Ursulin en een Salvatorianes. Twee straffe madammen, zoals dat dan met een cliché heet, die wel écht straf waren. Ze vertelden me over hun roeping, die voortvloeide uit familiale druk of maatschappelijke omstandigheden. En over hun onvoorwaardelijk passie voor het leven, en hun enthousiasme en werkijver die de leegtes moesten vullen die ze voelden in hun hart, hun buik en hun armen. En over Onzelievenheer, die uiteindelijk hun grote Liefde bleek te (moeten) zijn.
Ik vroeg hen allebei wat zij ervan vonden om een andere invulling te moeten geven aan hun roeping dan priesters. De feministe in mij kon het niet laten die vraag te stellen. Waren ze niet boos, vroeg ik mij af, dat zij, in hun grote verering van Onzelievenheer, bijvoorbeeld niet mochten voorgaan in de eucharistie? Gelijkheid van kansen en rechten voor mannen en vrouwen, het zijn begrippen die in de Katholieke kerk nog ver zoek zijn.
De twee nonnen keken mij allebei aan met verbaasde ogen.
‘Er zijn zoveel grotere zorgen in de wereld,’ zei een van hen. ‘Ik heb mijn eigen leven de beste invulling gegeven die er voor mij mogelijk was. Ik heb de kansen gegrepen die ik wel gekregen heb. Ik heb altijd veel voldoening gehad aan mijn werk en aan mijn gebed. Had ik moeten wakker liggen van de kansen die ik niet kreeg?’
‘Nee, zuster,’ zei ik beleefd, ‘maar misschien had je even moeten stilstaan bij de kansen die andere meisjes en vrouwen niet krijgen, en dus niet kunnen grijpen.’
‘En wat zou dat hebben opgebracht?’ vroeg ze.
‘Misschien wel vollere kerken,’ stelde ik voorzichtig voor.
Ze glimlachte en schudde het hoofd. We waren aan het einde van ons gesprek gekomen.
 
In België vieren we vandaag Internationale Vrouwendag. Toen ik vanochtend aan mijn dochter van bijna 11 vroeg waarom het belangrijk is dat we die dag blijven vieren, zei ze: omdat meisjes vroeger niet gelijk waren aan jongens. Ik voelde mij verplicht om daar toch een woordje van uitleg aan te wijden. Ik legde onder meer uit dat de kans vandaag de dag nog zeer groot is dat zij, na dezelfde studie en in dezelfde job als haar tweelingbroer, gemiddeld 22% minder verloning zal ontvangen.
‘Dat wil zeggen dat indien ik hem 10 euro zakgeld geef, jij er maar 7,8 zou krijgen.’
‘Hey,’ zei ze, ‘dat is niet eerlijk!’
‘En je moet blij zijn dat als jij apotheker of ingenieur of advocaat of schooldirecteur of officier in het leger wil worden, jij dat vandaag mag worden.’
Alleen pastoor zal niet lukken, wilde ik daar aan toevoegen, maar voor zover ik weet is dat gelukkig haar ambitie niet.

Vechten voor gelijke rechten voor vrouwen heeft natuurlijk wel iets opgebracht. We mogen alleen niet denken dat die strijd iets uit het verleden is, toen een menigte knettergekke wijven zich lieten vastketenen aan de koets van de eerste minister, of hun bh verbrandde op het kerkplein. Wanneer ik aan een achttienjarige klasgenote van mijn oudste dochter zou vragen wie Simonne de Beauvoir is, zou zij durven zeggen: ‘Is dat niet de buurvrouw van Astrid Bryan?’
Gelukkig kent mijn dochter wel het juiste antwoord op die vraag.   

Nuns on the run  Het zijn nog steeds barre tijden voor vrouwen.




-----
Een reactie is welkom, mits goede manieren.
 

2 opmerkingen:

  1. God heeft veel volgelingen maar de meeste werken voor eigen rekening..........

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik hoop dat de onderbetaling van de vrouwen niet dezelfde electorale redenen heeft als eertijds het tegenhouden van het vrouwenstemrecht. Zijn door de kopstukken van die partij voor die discriminatie excuses uitgesproken?

    BeantwoordenVerwijderen