vrijdag 18 januari 2013

't Is goed in 't eigen hert te kijken


Het internet en de wereld staan in rep en roer. Lance Armstrong heeft zichzelf vrijwillig van zijn troon gestort, daarbij een gul handje geholpen door Oprah Winfrey, die vandaag dankzij de wielerkoning-in-ongenade haar kijkcijfers, samen met haar beursnotering, de hoogte zag inschieten. Het scenario was perfect geschreven en uitgevoerd. Tijdens de uitreiking van de Academy Awards mogen zij van mij allebei gerust een Oscar krijgen voor beste mannelijke en vrouwelijk hoofdrol in de categorie Fictie met de grote F.
 
Vanaf vandaag trekt de mallemolen, die de wielersport is, zich terug op gang. Dan is het, na een geveinsde donderpreek van de Belgische wielerbond aan het adres van Johan Bruyneel, weer business as usual. In juli hangen we met z’n allen weer aan de buis gekluisterd, in de denkbeeldige veronderstelling dat de helden der aarde nu eindelijk clean rijden. Want wie zou nog durven! Op de Champs-Elysées zal ten langen leste, en voor het eerst in de geschiedenis, een eerlijke renner op het podium staan.

De echte motieven van een ongeneeslijke megalomaan als Armstrong zullen we nooit kennen. Terwijl hij honderdduizenden mensen inspireerde in hun strijd tegen kanker, joeg hij hormonen en doperende middelen door zijn aderen in zijn drang naar aandacht en erkenning. Die momenten van glorie, de smaak van de roem, het geld, het applaus, de bewondering van fans en de afgunst van collega’s, daar deed hij alles voor. Maar het verhaal was een leugen. Een leugentje om bestwil. Een fabeltje dat zo geloofwaardig werd, dat Armstrong het zelf geloofde.

Zijn we daar niet allemaal een beetje schuldig aan? Hebben we niet allemaal al eens een leugentje verteld om onszelf in een gunstiger daglicht te stellen? Ik wel. Ik durf dat zonder al te veel blozen toegeven. Toen mijn overgrootvader mij vroeg waarom ik de schuif opentrok waar hij de kwartjes in bewaarde, loog ik dat er een muntje uit zijn broekzak was gevallen en ik het wilde wegleggen. Hij gaf me een schouderklopje en feliciteerde me om mijn eerlijkheid. Ik glunderde van trots, rende de straat op en trakteerde mezelf op een ijsje met het kwartje dat ik uit de schuif had gejat. Toegegeven, ik was nauwelijks zeven jaar, maar de bewondering die ik oogstte met mijn leugentje, kan ik mij nog levendig voor de geest halen. Ik was apentrots. Zijn bewondering was onterecht, maar dat wist mijn overgrootvader niet.
Ik had mijn deceptie natuurlijk niet gepland. De diefstal zelf was een ingeving van het ogenblik. Toen ik de ijskar door de straat hoorde rijden, en ik vaststelde dat ik vergeten was geld te vragen aan mijn oma toen ze naar de bakker vertrok, besloot ik tegen beter weten in op eigen initiatief te handelen. Ik rende het huis van mijn overgrootvader binnen, die naast mijn oma woonde, sprintte naar de bewuste schuif en trok ze zonder nadenken open. Ik had een kwartje nodig en wel pronto.  De leugen die volgde toen ik op heterdaad betrapt werd, was de inspiratie van het ogenblik. Ooo wat voelde ik me slim! De arme man trapte er moeiteloos in.

Daar zat ik dan met mijn trofee op de stoep voor het huis. Ik likte voorzichtig het ijs van de randen, voor het kon smelten en langs het horentje naar beneden druppen. De buikpijn die later volgde, moet een vorm van poëtische rechtvaardigheid geweest zijn. Ik durfde aan niemand vertellen wat ik gedaan had. Toen mijn overgrootvader een half jaar later stierf, was het met de gedachte dat ik een eerlijk meisje was.
Ik leerde die zomerdag in 1973 nochtans een belangrijke les. Dat de roem die je behaalt met een leugen niet lang zijn zoete smaak behoudt. Gelukkig gaf het gestolen ijsje mij verschrikkelijke buikpijn. Ik zou misschien, zonder het zelf te weten, de Lance Armstrong onder de kwartjesdieven geworden zijn.

Heeft de bekentenis van Armstrong dan helemaal geen enkele betekenis? Voor de mensen die in hem geloofd hebben en die dankzij zijn verhaal de kracht gevonden hebben om te vechten tegen hun ziekte misschien wel. Dat hoop ik althans. Ik hoop dat zij nu begrijpen dat die kracht niet van Armstrong kwam, maar vanuit hun eigen hart.
Armstrong zal voortaan altijd een leugenaar zijn. Ik las vandaag commentaren op het internet van mensen die nu zelfs de ernst van zijn kanker in twijfel trekken. Deed hij het niet allemaal erger lijken dan het was? Om zijn comeback kracht bij te zetten en nog meer geld te verdienen?
Alsof kanker een romantische film is, die je kan regisseren naar willekeur.
 
 
 
-----
Een reactie is welkom, mits goed manieren.
 
 

2 opmerkingen:

  1. "Armstrong" een product van een maatschappij waar wij "allen" aan participeren!!!
    Het volk krijgt de "sporters" die het verdient!!!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat hebben we vandaag na het gesprek geleerd? Piet!

    Het is niet zo dat je alle antwoorden krijgt, de vragen verdwijnen gewoon.

    Ook een aap met een gele trui blijft een aap.

    Gerucht: een dove heeft gehoord hoe een stomme heeft verteld dat een blinde heeft gezien hoe een lamme met de fiets heeft gereden.

    BeantwoordenVerwijderen