maandag 2 januari 2017

Adoptie

(uit 'De Verzamelde verhalen van C.R. Alfons')

Ik keek vol spanning naar de deur, terwijl het zweet van mijn voorhoofd liep. Wekenlang had ik naar deze dag uitgekeken, en nu het moment eindelijk aangebroken was, trilde ik op mijn benen. Deze adoptie was veruit het grootste avontuur van mijn leven. Het moment waarop ik de beslissing nam om deze verantwoordelijkheid op mij te nemen, stond me glashelder voor de geest.
 
‘Weten we dit wel zeker, Wim,’ had ik hem gevraagd op het laatste moment. De papieren waren al getekend en eigenlijk was er geen weg meer terug.
‘We weten het zeker, lieve Heleen’ stelde hij mij gerust. ‘Hier verlangen we allebei naar, weet je wel?’
 
Ik zag in zijn ogen de dromen die we al jaren koesterden. Eerst was er het toeval geweest, dat moment waarop ik naar een plaatsje zocht op het drukke dakterras van de Monkey Bar in de Budapeststrasse in Berlijn en er aan zijn tafeltje nog een lege stoel stond. De verrassing dat hij ook een Vlaming was, en nog wel van Geraardsbergen, waar mijn vader vandaan kwam en mijn grootouders nog woonden. De bevestiging dat Berlijn veruit de leukste hoofdstad van Europa was, ook al stond Rome op een stevige tweede plaats. De eerste kus op de tweede dag en daarna de eerste nacht samen in mijn hotelkamer, omdat mijn hotel net iets beter was dan het zijne. De beslissing om gaan samen te wonen, ondanks de bezorgde commentaren van onze moeders, die allebei vonden dat het toch zo snel ging allemaal. Het kleine appartement in de Parkstraat in Leuven en daarna de bouwgrond in Herent, die we met de hulp van onze ouders konden kopen. De architect, de bouwplannen, het ontwerpen en aanleggen van de tuin. De promotie die ik kreeg. Die spannende momenten toen Wim van job veranderde, maar toch alles goed kwam. Elke stap die we ondernamen, was een bouwsteen voor onze toekomst.
 
Alleen de zwangerschapstest, die bleef keer op keer negatief. De wanhoop die ik elke maand voelde wanneer mijn moeder belde om te vragen: ‘En? Word ik nog geen oma?’ en ik moest zeggen: ‘Nee, ma, ik heb vannacht mijn regels gekregen.’ De spanningen die er tussen mij en Wim ontstonden, omdat ik hem niet durfde vertellen dat ik eigenlijk geen baby wilde. Dat mijn leven met hem volmaakt gelukkig was en daar niets meer aan toe te voegen was.
 
‘Er stopt een auto voor de deur,’ riep Wim vol vreugde. ‘Ze zijn hier! Ze hebben Laila bij.’
Nu voelde ik de vreugde ook. Alle onzekerheden vielen van me af. Over enkele ogenblikken zou de voordeur opengaan en ons gezin vervolledigd worden. Toen we bericht ontvingen dat de mogelijkheid bestond dat wij haar konden adopteren en we voor het eerst foto’s van haar zagen, hadden we niet lang over haar naam moeten nadenken. Haar donkere Afghaanse ogen, haar tengere gezichtje, haar kwetsbaarheid waren ontwapenend. Dat ze al veel meegemaakt had in de twee korte jaren van haar bestaan, was haar aan te zien, maar onze liefde zou dat allemaal goedmaken. Wim en ik zouden haar een gezond leven geven, een warm nest.
 
Het gesprek op kerstavond was voor mij een openbaring geweest.
‘Ik wil ook geen kinderen, Heleen,’ had Wim gezegd.
We hadden eerst schuchter naar elkaar geglimlacht en waren toen opgelucht in elkaars armen gevallen.
‘Maar dat wil niet zeggen dat we geen hond in huis kunnen halen!’ lachte ik. ‘Zo’n zielenpoot uit het asiel, eentje die mishandeld werd en dringend een nieuwe thuis nodig heeft.’ Wim was meteen laaiend enthousiast.
 
De bel ging en ik hoorde Laila blaffen op de stoep. Met een ruk trok ik de voordeur open en verwelkomde de man van het asiel die had aangeboden het dier persoonlijk af te leveren. Laila, onze Afghaanse windhond, liep naar binnen alsof ze wist dat ze hier thuishoorde.


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen