vrijdag 19 oktober 2012

Kriske Peetermans is niet meer


De strijd is gestreden, de slag verloren of binnengehaald, de voorspellingen zijn uitgekomen, het voorakkoord is in Scherpenheuvel-Zichem zonder (al te veel) slag of stoot in voegen getreden.

Wie zijn de winnaars en de verliezers? Wie likt zijn wonden en wie barst uit haar of zijn voegen van vreugde? Ongetwijfeld Manu Claes (CD&V), die zijn mandaat van burgemeester (samen met zijn waslijst van andere mandaten) gewoon kan verder zetten. Ondanks het verlies van nagenoeg 25% van zijn voorkeurstemmen, want een persoonlijke triomf was het allerminst. Nu ja, toch een dikke proficiat, meneer de burgemeester. Steinbeck schreef ooit dat the best laid schemes of mice and men often go awry. Niet hier dus. Het akkoord hield stand. Je bent heel veel mensen meer dan ooit schatplichtig. In de eerste plaats je partner in crime Nico Bergmans, lijsttrekker van openVLD. Nico staat namelijk op de tweede plaats van het meeste aantal voorkeurstemmen, en had hij de ambitie gehad om de burgemeestersjerp van je af te pakken, hij had zijn kazak kunnen draaien en een coalitie vormen met N-VA en sp.a. Dan zaten jij en je partijgenoten binnenkort op de oppositiebank te meesmuilen. Maar trouw en goedlachs als Nico is, hield hij zich aan het voorakkoord. Nog voor de verkiezingsuitslag bekend was, als ik de lokale pers mag geloven, wat niet zo heel slim was van hem, mijn gedacht.

Hoe werden de afspraken over dit voorakkoord eigenlijk gemaakt? En waar? Tussen pot en pint? Aan de toog van ’t Meuleke? Was iedereen daar bij aanwezig, of enkel de lijsttrekkers van de betrokken partijen? Was het een onderhandeling? Of was het iets dat in een wip en een zucht als vanzelfsprekend werd aangenomen?
‘We doen gewoon verder zoals we bezig zijn,’ zou Manu kunnen gezegd hebben, ‘Meer moet dat niet zijn.’
Nico zal misschien eens ferm gelachen hebben, en daarna (de hete adem van zijn vader in zijn nek indachtig) gezegd: ‘Hola, vriend, niks daarvan, het is hoog tijd dat ik de plak mag zwaaien in deze zandbak.’  
‘Nee, zenne,’ zal Manu geantwoord hebben, ‘gij zijt niet uit het juiste hout gesneden. Geef maar toe. En trouwens… ik wil burgemeester blijven tot aan mijn pensioen. Dat is nu toch niet teveel gevraagd.’
Nico zal eens nagedacht hebben, een goede teug van zijn pint bier gedronken en gezegd: ‘Op één voorwaarde… dat ge er alles voor doet om de sjerp in 2018 naar ons te laten komen. Tegen dan is het liedje van N-VA uitgezongen en hebben wij een kandidaat burgemeester.’
‘En Marie Jeanne dan? Of Lieve? Die willen ook wel eens burgemeestertje spelen.’
‘Niks daarvan, Manu. Het is zo of niets.’

 Zo gezegd, zo gedaan.

Vlaanderen kreeg afgelopen zondag een zwart-gele golf over zich heen, maar Scherpenheuvel-Zichem slikte een lichtblauwe tsunami. openVLD heeft namelijk een zeer lokaal en zeer viraal fenomeen binnen zijn rangen. Een stille storm die, als je ’t mij vraagt, niet te stoppen valt.
Spreek hem voortaan gerust aan met Kris of meneer de schepen, maar niet langer met Kriske, zoals zijn partijgenoten en coalitiepartners hem maar al te graag noemen.
Kris Peetermans dreigt, als zijn collega’s niet op hun tellen passen, van politiek een deugdzame, oprechte en gedienstige bezigheid te maken. Voorakkoord of niet, over zes jaar zet hij sowieso iedereen te kakken.




-----
Een reactie is welkom, mits goede manieren.

vrijdag 12 oktober 2012

De coloribus non disputandum est

Zondag is het zover. Dan mogen we ons democratisch recht nog eens uitoefenen en onze gemeenteraadsleden kiezen. Al wekenlang worden mijn en uw brievenbussen gebombardeerd met flyers, folders, gezichten, standpunten, beloftes, smeekbedes, geuren en kleuren, en al dit drukwerk schreeuwt slechts één unanieme boodschap: ‘Kies mij! Kies mij!’
 
Ik heb alles gelezen. Elk stukje drukwerk dat door de gleuf van mijn brievenbus viel, heb ik van het eerste tot het laatste woord gelezen. De ene keer al wat meer aandachtig dan de andere, en ik geef grif toe, niet altijd bleven de gemoederen gelijk. Ik heb instemmend geknikt, hartelijk gelachen, de wenkbrauwen gefronst, niet begrijpend in mijn haren gekrabd, eens goed gevloekt en erger nog, een enkele keer heb ik een folder met walging tot confetti gereduceerd. Al die reclame ligt hier nu rond mijn computer op de keukentafel. Je houdt het niet voor mogelijk wat een vrolijk genootschap van lachende, dartele, warme, hartelijke, blijmoedige mensen hier bij mij staat. Ze knikken uitnodigend, wenken me vriendelijk, trekken aan mijn mouw en fluisteren verleidelijk: ‘Kies mij! Kies mij!’
 
Met z’n honderdnegentwintigen zijn ze. Het is een beetje krap in mijn keuken, met al dat volk, en er is slechts plaats voor vier van hen om te zitten. Ik kan dus niet eens alle lijsttrekkers een stoel aanbieden, want er zijn zo maar liefst zeven kieslijsten in onze stad. Ze vinden het niet erg, zeggen ze, hebben niet veel tijd om te blijven, zeggen ze, want ze moeten nog tegen de sterren op huisbezoeken afleggen, zeggen ze. De onbesliste kiezers moeten vandaag of morgen nog over de gele, blauwe, rode, zwarte, oranje streep getrokken worden. Uiteindelijk, na enig getrek en geduw, nemen Manu Claes, Sofie Coomans, Nico Bergmans en Allessia Claes plaats op de lege stoelen, lijsttrekkers van respectievelijk CD&V, sp.a, openVLD en NV-A. Er bestaat geen twijfel over: uit deze vier vijvers zullen na 14 oktober de mensen gevist worden die samen een coalitie zullen vormen. Vraag is alleen: hoe gaan de kaarten vallen, en wie zal ze snel en kordaat ter hand nemen? Ze kijken mij alle vier behoedzaam aan, vragen zich af wat ik van plan ben, en spreken allen dezelfde lichaamstaal, die zegt: ‘Kies mij! Kies mij!’
 
 
‘We gaan een kleine proef doen,’ zeg ik, wanneer iedereen in de keuken eindelijk wat tot bedaren is gekomen. Hier en daar waren er kleine relletjes ontstaan toen de lijsttrekkers van Anders en Vlaams Belang nog probeerden elk een stoel vanuit de woonkamer de keuken in te sleuren. Enkele kloeke liberale en christendemocratische dames wierpen echter een blokkade op, die beide heren verhinderde terug naar de keuken te komen. Nu stonden Robert Janssens en Joris De Vriendt in de tuin, en keken met beteuterde blik door het keukenraam naar binnen.  Jenny Huygens, lijsttrekker van de eenmanspartij 1 voor Allen had zich vrijwillig bij hen gevoegd.
‘Een proef?’ schrikt burgemeester Manu. Hij is niet voorbereid. Bezorgd zoekt hij de blik van de voorzitter van de gemeenteraad. Zij trekt haar schouders op en gebaart dat ze van niets op de hoogte is.
‘Maak je maar niet ongerust,’ probeer ik de lijsttrekkers gerust te stellen. Ik heb een beetje te doen met Allessia, die in haar zak naar haar smartphone tast, ook al heeft ze die enkele ogenblikken geleden moeten afstaan. Op het voorhoofd van Nico parelen al enkele zweetdruppels, terwijl Sofie zich wat onbeholpen in de handen lijkt te wrijven.
‘Jullie krijgen vier papiertjes met daarop een uitspraak die elk van jullie tijdens deze kiescampagne hebben gemaakt. Een belofte aan de kiezers. De proef bestaat erin de juiste partij bij de juiste belofte te schrijven.’
Sofie haalt meteen opgelucht adem. Ook Nico slaakt een zucht van verlichting. Dat kan niet moeilijk zijn. Elke partij heeft toch duidelijke standpunten. Elke lijsttrekker weet precies waar hij voor staat. Fluitje van een cent. Allessia zoekt nog steeds naar haar smartphone en de burgemeester probeert teken te doen naar zijn schepenen om dichter bij hem te komen staan. Ze doen een poging om hun leider te gehoorzamen, maar mijn strenge blik brengt hen onmiddellijk op andere gedachten.
‘Wanneer de proef is afgelegd, en de punten uitgedeeld zijn, mogen de twee partijen met de hoogste score samen een coalitie vormen en de volgende zes jaar onze stad besturen,’ smijt ik genadeloos in de groep. Er breekt meteen protest uit bij de achterban, dat ik snel de kop indruk. Sofie en Nico kijken elkaar in de ogen. Een paarse coalitie dan maar… als het niet anders kan. Nico slaakt een kreet wanneer Manu hem onder tafel tegen de schenen stampt.
Ik deel de papiertjes uit. De lijsttrekkers nemen meteen hun pen ter hand. Bij Allessia rollen de eerste tranen al na enkele seconden over haar wangen. Manu kijkt naar de papiertjes van Nico, in de hoop te kunnen zien wat hij tot nu toe geschreven heeft. Maar Nico heeft nog maar één partijnaam opgeschreven en is nu alweer gedwongen die naam door te halen. Ook Sofie twijfelt bij het schrijven van de tweede naam. Wacht eens even, lijkt ze te denken, ik zou durven wedden dat die uitspraak ook van mij zou kunnen zijn.
Vertwijfeling alom. Plots gaat er een schuchtere stem op vanuit de menigte. Ik herken ze meteen.
‘Zijn jullie wel zeker dat dit wettelijk is?’ vraagt hij bedeesd. De woorden zijn nog niet uit zijn mond of er ontsnapt hem een pijnlijke kreun, wanneer zijn partijvoorzitter hem een forse elleboogstoot in de ribben geeft en zegt: ‘Houdt uwe mond, kater, want over wa wettelijk is kunde gij geen uitspraken doen.’
Er klinkt hoongelach in de menigte.
‘Ge hebt hem nochtans zelf op onze lijst gezet, voorzitter, zelfs na zijn veroordeling door de rechtbank. Het zou bij mij ni gepakt hebben.’ Een proteststem vanuit eigen rangen. Nico kijkt streng op en probeert de oproerkraaier te identificeren. Er volgt een kort applaus dat ik nauwelijks stil krijg.
‘Ja, meester, ’t zen lappen, varkensoren!’ roept iemand anders, wat een nieuw lachsalvo veroorzaakt bij de kandidaten.
Ik kijk op mijn klok. De tijd is om. Ik doe teken dat iedereen de papiertjes moet overhandigen, zodat ik ze kan verbeteren. Wat ik vermoedde is ook gebeurd. Niemand heeft er iets van gebakken. Allessia heeft niks geschreven en Manu heeft voor alle zekerheid overal CD&V op gezet, dan zit er minstens één goed antwoord tussen. Nico heeft meerdere dingen doorgehaald en opnieuw geschreven, en bij Sofie, die met trillende vingers haar papiertjes inleverde, staat telkens een andere naam.
De lijsttrekkers kijken elkaar verslagen aan.
‘Die beloftes waren onderling verwisselbaar,’ oppert Nico. ‘Gij hebt krak hetzelfde gezegd als ik.’ Het klinkt als een verwijt aan het adres van de burgemeester, maar eigenlijk zegt hij het ook tegen zijn twee vrouwelijke rivalen.
‘Wat probeert ge te zeggen?’ vraagt Manu. ‘Dat we voor niks campagne gevoerd hebben?’
‘Gij misschien,’ zegt Sofie, ‘maar ik weet waarvoor ik gevochten heb.’
Bij Allessia borrelen de tranen nog steeds naar boven. Tussen het snotteren door prevelt ze nauwelijks hoorbaar: ‘Kies mij! Kies mij!’
 

De resultaten zijn genadeloos. NV-A heeft geen punten gescoord, de drie andere partijen elk één punt. Een beschamende uitkomst.
‘Wat nu gezongen?’ vraagt iemand in de menigte. ‘Welke coalitie moet er nu gevormd worden?
‘We doen gewoon zoals we afgesproken hebben,’ zegt de burgemeester, en stampt ter bevestiging Nico nog eens tegen de schenen. ‘Die papiertjes hebben geen enkel belang.’
‘Klopt,’ bevestigt de lijsttrekker van openVLD, terwijl hij over zijn pijnlijke scheen wrijft, ‘onze advocaat kan dat bevestigen.’
‘Niks daarvan,’ zegt Sofie met iets te luide stem, en stampt - nu ze de kans heeft om zijn aandacht te trekken - de burgemeester eens ferm tegen de schenen. ‘We moeten de keuze van de burgers afwachten. De twee partijen met de meeste zetels vormen een coalitie, en daarmee uit.’
De lijstduwer van NV-A heeft intussen Allessia in de ribben gepord, omdat hij vindt dat zij ook iets moet zeggen om haar partij in de strijd te gooien, maar zij beantwoordt zijn aanmoediging door eens ferm aan zijn broske te trekken.
‘Vrienden, vrienden, rustig,’ sus ik de gemoederen. ‘Laat ons de sereniteit en de kalmte alsjeblieft bewaren.’ Maar terwijl ik de woorden uitspreek, breekt er overal handgemeen uit, en zit er niets anders op dan iedereen zo snel mogelijk langs de voordeur naar buiten te duwen. De laatste die mijn huis verlaat, een kerel met een brilletje, roept mij nog één keer uitgelaten toe: ‘Kies mij! Kies mij!’
 
Verslagen blijf ik achter. Op de keukenvloer vind ik de vertrappelde en verkreukte papiertjes. De hond kijkt me droevig aan, alsof hij lijkt te zeggen: ‘Wat staat daar nu eigenlijk op geschreven?’
Ik lees de zinnen luidop voor.
‘We willen niet alleen investeren in infrastructuur, maar ook in mensen.’
‘We gaan Scherpenheuvel-Zichem leefbaar houden.’
‘Voor ons is verkeersveiligheid een topprioriteit.’
‘We moeten de financiële middelen in evenwicht houden.’
Ik veeg alle folders bij mekaar en dump ze in de papierbak. Genoeg politiek voor vandaag. De stapel papier is enorm, en ik voel plaatsvervangende schaamte. Misschien had ik beter een tip gegeven aan onze kandidaten in plaats van een test. Dat ze hun verkiezingsdrukwerk terug in bomen kunnen omzetten. Ze kunnen dat doen door naar deze website te surfen en de instructies te volgen: www.10miljoenbomen.be.
Plots gaat de deurbel. De hond blaft. Ik doe niet open, maar leg mijn oor tegen deur. Er fluistert iemand: ‘Kies mij! Kies mij!’
 
 
 
-----
Een reactie is welkom, mits goede manieren.