zaterdag 29 december 2018

Requiem voor een burgervader

Van de doden niets dan goeds, want kwaadspreken over hen is ongepast en onbeleefd. Gelukkig heeft de man van wie we afscheid nemen het tijdelijke niet echt voor het eeuwige verwisseld. Het gaat namelijk over een politiek overlijden, niet een stoffelijk. 
 
Hij weet nog niet dat hij dood is. Het is niet vrijwillig, zie je. Het is een beetje zoals op het witte doek, wanneer alle bioscoopgangers al begrepen hebben wat er gaande is, behalve de dode zelf, die nog vol vastberadenheid door de gangen wandelt, tot hij halverwege de film plots tot de griezelige vaststelling komt dat hij dwars door de muren kan marcheren. Die filosofische openbaring moet nog komen bij onze overledene. Hij logeert immers nog in de tussenwereld, the twilight zone, die plek tussen waan en werkelijkheid waar de pijn al aan de oppervlakte aanwezig is, maar je hem nog niet ten volle kan voelen. We zullen hem voorlopig in zijn wijsheid laten. Hem met zijn neus op de feiten drukken zou ongemeen wreed zijn, ongepast en onbeleefd. 
 
Natuurlijk is in zijn ogen de kous nog lang niet af. Nu hij een overleden burgemeester is, gaat hij verwoed oppositie voeren. Hij gaat tijdens de volgende zes jaar stokken in de wielen smijten, de kar vertragen, alle varkentjes wassen, alle fouten rechtzetten en alle dwalingen aanklagen. Dat hij tijdens zijn burgemeesterschap alle tijd had om elk onrecht aan te vechten, laten we even terzijde. Vanaf nu is het menens! Vanaf nu gaat hij er nog agressiever, nog militanter en met nog meer bevlogenheid tegenaan. Want hij had de meeste voorkeurstemmen en de sjerp werd hem afgepakt door een broekvent, een tjeef nota bene. Kan het verwerpelijker? 
  
Zijn burgemeesterschap was niet zozeer een kwestie van besturen of beleid voeren, het was vooral een kwestie van stijl. Niet wat, maar hoe. Onze overledene deed altijd aan confrontatiepolitiek. Altijd. In alles. Niet vóór de schermen natuurlijk, of toch niet de hele tijd. Hij liet zich in het openbaar graag van zijn stoerste en meest joviale kant zien, maar dat hij achter de schermen een dwingeland was, dat wisten de inwoners van zijn gemeente niet. Dat wisten alleen de ingewijden, en de ingewijden zwegen in alle talen, zoals het hoort. Ze maakten excuses over zijn gedrag, zeiden dat het allemaal nog zo erg niet was of beklaagden zich achter zijn rug.
 
Hij wilde vooral de burgemeester van de aanpak zijn, de man van de oplossingen. En toegegeven, hij was dat ook vaak. Of soms. Zijn partijkleur was niet zijn probleem, wel zijn vakkundige wringerij, zijn compulsieve dwarsliggerij, die na zijn vertrek hun sporen zullen nalaten. Bij de ingewijden, maar ook bij hem. Waar gaat hij nu de grote jan uithangen? Wie gaat hij met veel getoeter de hoek inblazen? Wie gaat hij intimideren of in zijn kielzog meesleuren om zijn klusjes te klaren? Wie gaat hij in het openbaar vernederen? Wie gaat hij schofferen? 
 
Slaan en zalven, daar was hij specialist in. Maar dan vooral slaan. En af en toe zijn kar keren, dat kon hij ook goed, omdat het hem bij nader inzien beter uitkwam. Het ware beter geweest, had hij zich de kunst van het compromis eigen gemaakt. Niet alleen het toegeven, maar vooral ook het verbinden, het banden smeden. Hij was een selfmade man die beschikte over de Heilige Drievuldigheid van politieke deugden: hij was een man van het volk, een goede onderhandelaar en een schelm. Hij kon liegen zonder te blozen, en van hoffelijkheid en samenwerken had hij weinig kaas gegeten. Hij at geen kaas. Punt. 
 
We zingen dit graflied niet zonder gevoel van medeleven. Een politieke dood sterven op rijpe leeftijd is een treurspel, geen romantische film. Wanneer het doek valt, wacht enkel nog de leegte en de duisternis, en dat wens je niemand. Zelfs hem niet. Alhoewel. Misschien gaat zijn overlijden hem de nodige tijd en ruimte geven om wat milder te worden, wat edelmoediger, wat bedachtzamer. Misschien moet hij aan de yoga of tai chi. Of naar de zenmeditatie. Er wordt wel eens gezegd dat een mens zichzelf daar tegen komt. Mocht dat gebeuren, duimen we voor een intense en ontnuchterende kennismaking. 
 
   

zaterdag 17 september 2016

Aan de andere kant van de wereld


Hij is weer aan de andere kant van de wereld. Misschien niet precies de andere kant van de wereld, maar toch ver genoeg om heel ver weg te zijn. Eergisteren was hij nog dichterbij. Niet heel dichtbij, want toen was hij ook ver. Niet ver genoeg om heel ver weg te zijn, maar ook niet dichtbij genoeg om heel dichtbij te zijn.
 
Ooit was hij wel dichtbij. Toen hing hij nog vast met een navelstreng en dat voelde goed. Voor het kind, maar vooral voor de moeder. En toen die navelstreng werd doorgeknipt, duurde het nog lang voor de moeder begreep dat het gebeurd was. Te lang. Veel te lang. Want intussen was het kind aan haar vastgegroeid. Losmaken werd niet alleen moeilijk, het werd onmogelijk. Voor de moeder. En daardoor ook voor het kind.
 
Toen ik hem eergisteren vastpakte en een kus gaf, ‘dag, lieve schat,’ zei ik, en ‘ik zie je graag’, vonden mijn armen in zijn grote lichaam het kind dat hij ooit was. De baby die ik krampachtig in mijn armen sloot, de peuter die niet van mijn schoot mocht komen, de kleuter die ik te stevig bij het handje hield, de jongen die ik mijn hulp opdrong. De man die bij de deur stond en naar me zwaaide terwijl ik wegreed, de man die me achterna riep dat hij me ook graag zag, bevatte het kind dat ik niet had laten opgroeien. Ik huilde achter het stuur terwijl ik de straat uitreed. Ik huilde omdat ik wilde terugkeren. Terugkeren naar 24 jaar geleden, om de navelstreng door te knippen en hem op eigen benen te laten staan. 
 
De tijd om zijn handje los te laten is al lang aangebroken. Maar de moeder durft niet.
 
Durft het kind?

vrijdag 26 september 2014

Hedendaagse goden - opstel van een 12-jarige jongen

Omdat de wereld zodanig veranderd is sinds de tijd van de Romeinen zouden er in deze tijd nieuwe goden heersen over onze wereld. Vroeger waren er heel veel goden die zo goed als het hele leven van de toenmalige Romeinse burger bepaalden. In deze tijd is er een groot verschil. Nu zijn er maar 5 goden.

Mobilitus, de god van het transport, Educates, de godin van het onderwijs, Muscularus, de god van de topsport, Relaxia, de godin van de ontspanning, en tegenwoordig de belangrijkste: Electron, de god van de elektronica.

Mobilitus is baas over alles dat met transport te maken heeft. Dit kan gaan over auto’s, boten, vliegtuigen, noem maar op. Waar hij ook voor zorgt is de drang van de bestuurders om snel te rijden en de verkeersagressie.  
                                      

Educates heerst over de punten van de leerlingen en studenten Zij zorgt er ook voor dat er zoveel mogelijk leerlingen naar school kunnen. Ze zegent sommige leerlingen met wijsheid, maar met anderen doet ze soms het tegenovergestelde. Zij bepaalt ook welke richting kinderen kiezen. Zelf is ze heel slim.

Muscularus is een heel rijke en gespierde god. Hij is de god van alle sporten in de wereld, maar vooral op professioneel niveau. Hij traint elke dag en er is geen enkele sport die hij zelf nog niet beoefend heeft. Hij wil dat elke sport zo bekend mogelijk wordt. Hij beslist wie topsporter kan worden en wie niet.

Relaxia houdt van ontspanning. Ze wil dat iedereen boeken leest, zoveel mogelijk op vakantie gaat en veel buiten speelt. Haar grootste vijand is Electron, die dat allemaal afraadt. Relaxia’s macht over de wereld neemt snel af, want steeds minder mensen zijn geïnteresseerd in boeken lezen en buiten spelen.

Electron is echt geobsedeerd door de nieuwe snufjes. Hij wil iedereen aan een iPhone krijgen en verslaafd laten geraken aan de nieuwe technologie. Niemand mag van hem buitenspelen of boeken lezen. Hoe meer je speelt op je computer of Playstation hoe beter. De laatste tijd wordt hij steeds machtiger, vooral over jongeren.          

zondag 3 november 2013

Heilige huisjes

'Heilige huisjes' van de hedendaagse Nederlandse
schilder Herbert Immer Willems
We hebben er een aantal in Scherpenheuvel. Heilige huisjes waartegen niet mag geschopt worden. Doe je dat toch, dan riskeer je publieke vierendeling of een andere tuchtmaatregel. Ik bedoel dat natuurlijk niet letterlijk. Al bij al valt het met de lijfstraffen in mijn dorp nog behoorlijk mee. Ik spreek uit ervaring. Ik heb al heel veel stoute dingen gezegd en gedaan, en toch mocht ik onlangs – Hilterfilmpje en andere kolder ten spijt – op de shortlist staan voor de Cultuurprijs 2014, in mijn hoedanigheid als auteur van De Madonna’s van Scherpenheuvel. Dank aan iedereen die mij kandidaat stelde en eveneens dank aan eenieder die voor mij stemde. Toch prijs ik mijzelf gelukkig dat ik niet op de eerste plaats geëindigd ben. Die eer kwam namelijk toe aan Bert ‘the Voice’ Voordeckers. Niet omdat hij finalist was in een liedjeswedstrijd, maar omdat hij van zingen houdt en het nog heel goed kan ook. Hij belichaamt Scherpenheuvel op zijn geheel unieke manier, en draagt dat gevoel uit naar de wereld. Daar krijgt hij volgend jaar, bij de prijsuitreiking, van zijn dorpsgenoten eindelijk de erkenning voor die hij verdient en daar ben ik blij om.

Er zijn een aantal waarden die Scherpenheuvel maken tot wat het doorheen de geschiedenis altijd geweest is. Centraal in dat verhaal staat uiteraard Maria. Zonder Haar zou noch het bedevaartsoord, noch het dorp er ooit gekomen zijn. Zij is de magneet die de mensen naar hier lokt. Ook de schitterende basiliek, waarin het genadebeeld van ons Liefvrouwke zo elegant gehuisvest is, speelt een grote rol. Niet alleen de geschiedenis van het gebouw, maar ook de fysieke vorm die het in de ruimte inneemt, hebben een tastbare betekenis in de levens van mensen. Je komt er niet alleen binnen, je mag er ook thuiskomen… als je dat wil.

En dan zijn er de kerkelijke tradities, de ijkpunten tijdens het jaar waarop bedevaarders en parochianen hun klok gelijk zetten. De twee belangrijkste momenten zijn zonder twijfel de opening van het bedevaartseizoen op 1 mei en de afsluiting op de eerste zondag van november, wanneer de Kaarskensprocessie uitgaat. Op die dag wordt het genadebeeld door de parochiepriester eigenhandig door de straten gedragen. Een zeldzaam moment waarop Maria de begrenzing van Haar heiligdom verlaat. Wie mee wil stappen, mag dat. Maar de interesse is niet meer wat ze ooit geweest is. Weten de mensen nog wel waarom die processie (vandaag al voor de 385e keer) uitgaat? Misschien is de meer correcte vraag wel: is dat nog belangrijk? Het aantal mensen dat nog om de religieuze betekenis van deze processie naar Scherpenheuvel komen is bij wijze van spreken op één hand te tellen. De rest loopt erbij om andere redenen.

En die andere redenen hebben alles te maken met de folklore van Scherpenheuvel, alles wat buiten de deuren van de basiliek gebeurt, maar ook bijdraagt tot de aantrekkingskracht. De wafels, de kaarsen, de jaarmarkt, de molentjes, de kraampjes. Zij lokken tegenwoordig meer dagtoeristen dan de basiliek zelf. Toeristen die zelfs in de 21e eeuw met veel plezier op daytrip komen, de moderne versie van de bedevaart, met de autobus, de wagen, de fiets en sporadisch ook nog te voet. De folklore is gegroeid samen met het bedevaartsoord. Snuggere commerçanten verkochten al zelfgemaakte paternosters en Mariabeeldjes toen er op de scherpe heuvel alleen nog maar een eikenboom stond.

Maar alles is eindig. Alles is gedoemd tot uitsterven. Ook folklore. Wanneer je de vleugels van een vogeltje afsnijdt, dan mag het nog zo enthousiast tsjilpen en met verlangen in het hart naar de blauwe lucht staren, vliegen zal het nooit meer doen.  Zo vergaat het ook de folklore van Scherpenheuvel. De horeca wordt door het stadsbestuur met strakke reglementen, taxen en beperkingen aan banden gelegd, wat ervoor zorgt dat de restaurants en tavernes een voor een de deuren sluiten. Het gebrek aan een ondubbelzinnig en kordaat parkeerbeleid zorgt voor wrevel en ongemak bij winkeliers, inwoners en bezoekers. Bij het toekennen van plaatsen op de jaarmarkten krijgen de handelaars van buitenaf voorrang op de eigen handelaars. En misschien nog wel het ergst van al: een doelbewust uitdoofbeleid bezegelt stilaan het tragische lot van het meest zichtbare volksgebruik in Scherpenheuvel: de kraampjes.

Heilige huisjes zijn er om tegen te schoppen. Ook in Scherpenheuvel. Afleren zal ik het nooit.

-----


Een reactie is welkom, mits goede manieren.



  

vrijdag 20 september 2013

Erotiek aan de basiliek

Er doet een verhaal de ronde over een zwervende straatartiest en krachtpatser die aan de kost komt met voorstellingen waarin hij aan zijn verbaasde publiek toont hoe hij met zijn borstspieren een ketting kan breken die strak rond zijn borstkas zit. Hij is een woesteling en een echte klootzak, die iedereen uitscheldt en zonder reden het leven zuur maakt. Toch slaagde hij erin een moeder te overtuigen om haar dochtertje aan hem te verkopen. Het kind toert samen met hem rond en wandelt langs het publiek met de pet waarin mensen na de voorstelling hun centje deponeren. Het is een schattig en naïef meisje, met een onbegrijpelijke onderdanigheid en trouw aan de bruut die haar constant afblaft, haar psychisch misbruikt en haar nauwelijks te eten geeft.
 
Het klinkt als een modern drama. Weer een man die een kind mishandelt. Weer een moeder die omwille van de armoede of de loempigheid haar eigen kind voor de leeuwen gooit. Maar nee, dit is de plot van de roadmovie La Strada uit 1953 van Federico Fellini, de prent die paus Franciscus gisteren noemde als zijn lievelingsfilm. La Strada is volgens sommige filmcritici Fellini’s grootste meesterwerk, maar sta mij toch toe verrast te zijn dat Franciscus niet The Song of Bernadette bovenaan zijn favorietenlijstje heeft staan. Probeert hij daarmee een bonuspunt te scoren? Wie weet was hij wel eerlijk tijdens het interview. Of misschien was het gewoon de nieuwste publiciteitsstunt van een paus die zich toch o zo graag als vergevingsgezind toont, want iedereen die iets van film kent, weet dat Fellini de katholieke kerk maar al te graag als huichelachtig afschilderde.
 
Franciscus deed deze bekentenis tijdens een uitgebreid interview in het Italiaanse religieuze tijdschrift La Civiltà Cattolica, waar heel wat ophef over ontstond. De manier waarop sommige nieuwsmedia over het interview berichtten, deed uitschijnen dat Franciscus revolutionaire nieuwe uitspraken had gedaan over homoseksualiteit en abortus. (Heel even beeldde ik mij in hoe verdoken Scherpenheuvelse homo’s met opluchting uit de kast zouden springen. Spring maar, zou ik zeggen, want wie heeft daar nu de toestemming of goedkeuring van de paus voor nodig.) Maar niets is minder waar. Toch onderscheidt hij zich van zijn voorganger door te zeggen dat hij elk mens als een individu wil bekijken, omdat een biechtstoel geen martelkamer is. Als iemand bereid is zich aan God over te geven, dan is het aan de betrokken priester om de oprechtheid van die persoon te evalueren, en niet een oordeel te vellen over zijn seksuele geaardheid of daden uit het verleden.  
 
Nu ja, dat zijn mooie woorden, maar de praktijk is in de meeste gevallen anders. Deze paus is niet aan zijn gat gedoopt, zeggen ze in Scherpenheuvel, en het PR-apparaat dat hij heeft ingehuurd speelt volledig in op zijn zachtaardige imago. Wat doet het toch deugd om naar hem te kijken en te denken: ‘Het gaat eindelijk de goede kant op met de katholieke kerk!’ Ik betrap mijzelf op die overpeinzing telkens ik naar een foto van hem kijk. Misschien is dit zo’n geval waarvan je kan zeggen: het is ’t gedacht dat telt.

Bron foto: Noordhollands Dagblad
Welke diepere betekenis heeft de hedendaagse kerk nog in het leven van Jan- of Jeanne-met-de-pet? Ik weet wat ze voor mij betekent, maar wie ligt daar vandaag de dag nog van wakker? In ieder geval niet de jongeman die binnenkort in de schaduw van de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel een heuse schandaleuze seksshop opent. Ik heb uit goede bron vernomen dat de erotiek namelijk definitief haar intrede doet in het bedevaartsoord. Het is een kwestie van dagen of weken vooraleer u behalve een paternoster of een heiligenbeeldje ook een dildo zal kunnen kopen wanneer u op bedevaart komt. Vraag is alleen of u die ook zal kunnen laten wijden door de onderpastoor van dienst, om u tijdens het gebruik van mogelijk malheur te vrijwaren. Of zou dat toch een stap te ver zijn voor de moderne katholieke kerk?   


-------
Een reactie is welkom, mits goede manieren.