zondag 29 maart 2009

Dagboek van een oorlog (12)

_
Zaterdag 29 maart 2003

Op donderdag kreeg ik een email van mijn moeder met als onderwerp: Amai! Ze vertelt over een reportage op Nederland 1 over Iraakse vluchtelingen die al jaar en dag proberen te overleven in Jordanië.
Ik zie hen alle dagen, de vrouwen in zwart. Ze zitten op de stoepen voor de winkels in Sweifiyeh sigaretten of snoepjes te verkopen. Het zijn stuk voor stuk Irakese oorlogsweduwen, die zonder enige vorm van inkomen of steun van de Jordaanse overheid tot bedelen gereduceerd zijn.
Er zijn naar schatting vierhonderduizend Irakese vluchtelingen in Jordanië. De grootste influx werd veroorzaakt door de eerste Golfoorlog. Sinds die tijd zijn er nog steeds dagelijks Irakezen die de grens oversteken om het regime van Saddam te ontvluchten.
Mijn moeder zei dat er in de reportage gepraat werd over Yousef Hashweh. Hij is een reverend en dokter van de CAMA-kerk en leidt een project dat gratis medische verzorging biedt aan deze Irakese mensen, maar ook aan arme Jordaanse families, ongeacht hun geloofsovertuiging. De CAMA-kerk is een Nederlandse zendingsbeweging met projecten in zevenentwintig landen over de hele wereld.
Wat gaan deze vluchtelingen doen na de ‘bevrijding’ van Irak? Zitten ze met ongeduld te wachten om terug te keren? Hier zijn ze in ieder geval niet welkom. Ze vormen een last die de lokale economie niet aankan. Dus kan er van integratie en blijven geen sprake zijn, aldus de algemene consensus. Jordanië is uiteindelijk nog steeds een derde wereldland.

Mijn moeder rapporteerde ook dat er in De Morgen een artikel stond over het Jordaanse koningshuis onder de titel: ‘Jordanië danst op het slappe koord.’ Het gaat over de voorbereidingen die al zouden getroffen zijn voor het ballingschap van de koninklijke familie in geval van volksopstand.
Natuurlijk is dit klinklare onzin. Wie heeft die voorbereidingen dan getroffen? Je gaat mij niet komen vertellen dat ze gaan weglopen, hoe erg het hier ook uit de hand loopt. Misschien zinspeelt het artikel op de blunder die koning Abdullah vorige week begin. Toen wees hij op vraag van Amerika vijf Irakese diplomaten uit. Jordanië was het tweede land om aan dat verzoek tegemoet te komen. Die beslissing wordt hem alles behalve in dank afgenomen. De situatie is op dit moment zeer delicaat. Er is inderdaad niet veel meer nodig om het volk helemaal tegen hem keren.

Hoe langer dit conflict aansleept, hoe slechter voor Jordanië. De economische ramp is niet te overzien. De handel en import/export, waarvan de mensen hier grotendeels leven, staan zo goed als stil. Er komen geen buitenlandse investeerders meer. Het toerisme staat op een historisch laag pitje.
In de Sharq al-Awsat (de Arabische krant die in Londen gepubliceerd wordt) stond gisteren dat volgens een aantal Egyptische analysten de VS van plan is het hele Midden Oosten te ‘bevrijden’.
Allah yustur, God behoede ons.


Lees ook de andere dagboekfragmenten,
te beginnen bij Dagboek van een oorlog (1)
_

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen