zaterdag 21 maart 2009

Dagboek van een oorlog (8)

_
Vrijdag 21 maart 2003

Vandaag is de eerste dag van de lente. Stel je voor.
Ik zit vanavond weer naar tv te kijken, ook al heb ik de hele dag bijna niets anders gedaan. Het ‘vuurwerk’ in Bagdad gaat zo meteen herbeginnen na een staakt-het-vuren van een uur.
Ik heb er stilaan genoeg van. De hele avond al breng ik door met het heen- en weerzappen tussen BBC World, Jordan Television en de Iraakse televisie.
In Irak zag ik eerst het einde van een praatprogramma tussen drie mannen in legeruniform. Daarna verscheen er een gepassioneerde zanger die plechtstatig een lied zong ter grotere glorie van zijn president. Als je hem moet geloven is Saddam Hussein niet veel minder dan God de Vader zelve.
Dan maar weer BBC World kijken. (CNN kan ik niet ontvangen.) Daar wordt net gezegd dat er vandaag demonstraties waren in Amman. Ik denk aan mijn moeder. Haar ontgaat geen woord van de berichtgeving. Maakt ze zich niet te ongerust? Natuurlijk wel, hoe kan het anders.
Even later belt ze om te vragen hoe het met ons gaat. Zorgen maakt ze zich niet, zegt ze. We lachen bij de bedenking hoe ver Bagdad en Amman van elkaar verwijderd liggen.
‘Als er in Madrid bommen vallen, merk je daar in BelgiĆ« toch ook niks van,’ stel ik haar gerust.
‘Zelfs al vielen ze in Eindhoven,' grapt ze, 'we zouden er ons in Scherpenheuvel niks van aantrekken!’
Daarna praten we wat meer geanimeerd dan anders over mijn kinderen, mijn ex, mijn vader.

Om tien uur begint het journaal op Jordan Television. Vandaag gebruiken ze het woord alleged, vermoedelijk, minstens twee keer in elke zin. Het nieuws van de geallieerde opmars in Irak wordt hier met veel argwaan onthaald.
De nieuwslezer hamert minutenlang op het feit dat in Umm Qasr de Amerikaanse vlag werd gehezen. Dat gelooft in Jordaniƫ wellicht niemand. En indien het waar is, vindt iedereen het terecht een zware schending van de Iraakse sovereniteit.
Het kan voor de Jordaanse overheid niet gemakkelijk zijn om het midden te houden tussen hun steun aan Amerika, die om economische en politieke redenen schijnbaar onontbeerlijk is, en de sterke emoties van de Jordaanse bevolking. Zelfs het feit dat zoveel Iraakse soldaten zich al hebben overgegeven aan de geallieerde troepen gaat er hier nauwelijks in. Misschien is het wel opgezet spel. Een soort van Hollywoodproductie. Wag the Dog.
Dan zap ik nog even terug naar de Iraakse telelvisie. Daar tonen ze toevallig net de toespraak van Mohammad Said al-Sahhaf, de minister van informatie. Ik versta niet genoeg om met zekerheid te zeggen waarover hij praat, maar de beelden die volgen liegen er niet om: gebombardeerde gebouwen en totale ravage. De schade is enorm.
Deze beelden krijgt de hele wereld morgen bij het eerste daglicht voorgeschoteld via de Westerse media.

Nu stop ik er mee. Met een overtuigde druk op de knop zet ik mijn tv af. Jammer dat de mensen in Bagdad niet op die manier hun miserie kunnen afzetten.
Aan de bevrijding van een volk hangt een hoog prijskaartje.


Lees ook de andere dagboekfragmenten,
te beginnen bij Dagboek van een oorlog (1)
_

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen